|
Laatste bijwerking: zondag 21 maart 2010 16:24 |
De Wederkomst zeer nabij! Deel 2Wat zegt de Schrift over Bijbelse tijdrekening ten aanzien van de Opname der Gemeente?
Ter inleiding.Mar. 13:32 Maar van die dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader. Voor vele Christenen is onder andere deze tekst, in Markus, de reden om af te zien van het “berekenen” van het moment van de Opname van de Gemeente, voor zover dat mogelijk is. Dat is op zich niet verkeerd, omdat we al heel vaak verkeerde data hebben gezien en gehoord. Een van de bekendste genoemde data van het moment van de Opname van de Gemeente is 1988. Ik neem aan dat iedereen kan onderschrijven dat de Opname van de Gemeente toen niet heeft plaatsgevonden. Terug naar beginDe Schriftplaatsen over de dag en de ure.Voor wat betreft de dag en de ure die niemand weet het volgende. Er zijn in de Bijbel een paar Schriftplaatsen waar ongeveer hetzelfde is te lezen. Om te weten waar Markus 13:32 over gaat moeten we het stuk lezen en met andere Schriftplaatsen vergelijken.
Over de wederkomst 24 Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven. 25 En de sterren des hemels zullen daaruit vallen, en de krachten die in de hemelen zijn, zullen bewogen worden. 26 En alsdan zullen zij de Zoon des mensen zien, komende in de wolken, met grote kracht en heerlijkheid. 27 En alsdan zal Hij Zijn engelen uitzenden, en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het uiterste der aarde, tot het uiterste des hemels. 28 En leert van de vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. 29 Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is. 30 Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbij gaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. 31 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. 32 Maar van die dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.
Waar gaat dit stuk over? Het gaat over de Wederkomst van de Here Jezus. Dat staat als kopje boven deze alinea. Maar misschien vinden wij het kopje alléén niet genoeg. Dan lezen we in vers 26 dat onze Koning komt in de wolken. Nu zijn er mensen die met Bijbelse argumentatie aangeven dat deze Wederkomst hetzelfde is als de Opname van de Gemeente, dan wel op hetzelfde ogenblik zal plaatsvinden. Ik kan daar wel een paar artikelen aan wijden om uit te leggen dat, dat niet hetzelfde is en dat we wel degelijk verschil moeten en kunnen zien tussen de hier beschreven Wederkomst van de Here Jezus en de Opname van de Gemeente. Vers 32, dat niemand weet van die dag, komen we ook nog tegen in: Matt. 24:36 Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.
Maar ook in het Lukas evangelie lezen we over de Wederkomst van de Here Jezus in de wolken. In Lukas 21 wordt heel nadrukkelijk het verschil neergezet tussen deze beschreven Wederkomst van onze Here Jezus Christus, in de wolken en de Opname van de Gemeente. De Here Jezus sluit zijn uitleg, over alles wat vooraf zal gaan aan Zijn Wederkomst op aarde, af met de volgende zeer belangrijke woorden. Luk 21:36 Waakt dan te aller tijd, biddende, dat gij moogt waardig geacht worden te ontvluchten al deze dingen, die geschieden zullen, en te staan voor de Zoon des mensen.
De Here Jezus heeft aangegeven dat er veel verschrikkelijke dingen zullen gebeuren; in vers 5 tot en met 19 gaat het onder andere over het begin der smarten en van vers 20 tot en met 24 spreekt de Here Jezus over de komende grote verdrukking. En dan zegt de Here Jezus in vers 26 dat wij zouden waken. Dit waken zouden wij biddende doen, zodat: wij al deze dingen zouden ontvluchten. En hoe zouden wij dit ontvluchten? Niet door onze eigen kracht, maar door Zijn kracht. Want het ontvluchten van deze verschrikkelijke dingen kan alleen, zegt de Here Jezus, door te staan voor de Zoon des mensen! Waar is de Zoon des mensen als al deze verschrikkelijke dingen zullen gebeuren? Niet op aarde maar in de Hemel. Dus waar zijn wij dan als deze verschrikkelijke dingen gebeuren? Juist, in de Hemel, voor de Zoon des mensen! Nooit vergeten! Terug naar het vers in Mar.13:32. De Here Jezus spreekt dus in Mar. 13 over Zijn Wederkomst op aarde. Het zou zelfs kunnen zijn, dat de Here Jezus niet eens over Zijn Wederkomst spreekt, maar over een nog veel verdere tijd die zal komen. De idee is namelijk dat de discipelen in het begin van dit hoofdstuk de Here Jezus vragen naar de voltooiing van de “aiōn”. In het Nederlands is dat de eeuw. In de Bijbel komt deze term wel vaker voor, maar betekent niet een tijdsperiode van exact honderd jaar. Dus Zijn antwoord voor wat betreft de dag en de ure zou ook betrekking kunnen hebben op de vraag wanneer de voltooiing van de wereld dan wel eeuw aanbreekt. Maar of het nu daarover gaat of over de Wederkomst van de Here Jezus; Hij zegt in ieder geval dat niemand van die dag en ure weet. Dus dit vers in Mar. 13, maar ook het vers in Matt. 24 gaan niet over de Opname van de Gemeente.
Terug naar beginDe Schriftplaats over de tijden en gelegenheden.Maar er is nog een vers dat wordt toegepast op het niet kunnen weten of berekenen van de Opname van de Gemeente. Hand. 1:7 Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
Ook dit vers wordt gebruikt om aan te geven dat we ons niet moeten bezig houden met het berekenen van het moment van de Opname van de Gemeente, voor zover dat mogelijk zou zijn. Ik geloof dat het vers dit niet impliceert. Want dit vers is het antwoord van de Here Jezus op een vraag van Zijn discipelen. De vraag lezen we één vers ervoor. Handelingen 1: 6 Zij dan, die samengekomen waren, vroegen Hem, zeggende: Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het Koninkrijk weer oprichten? 7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; 8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.
De vraag die gesteld wordt, gaat niet over het moment van de Opname van de Gemeente. Maar gaat over, in eerste plaats, het komende Koninkrijk. De discipelen hadden al heel vaak gehoord over het Koninkrijk en dat het zou komen op aarde. Want, als dat gebeurd zou de vestiging van het Koninkrijk beginnen in Israël. De vraag luidt dan ook of de Here Jezus in ‘deze’ tijd, dus voor het begin van de eerste gemeenten (Éfeze, Thessalonicensen, enz.), aan Israël, het Koninkrijk weer zou oprichten? De vraag die wij onszelf dan stellen is, wanneer zou Zijn Koninkrijk op aarde gevestigd worden? Na de Wederkomst van de Here Jezus op aarde. En dus niet bij de Opname van de Gemeente. Voor wat betreft het moment van de oprichting van het Koninkrijk Gods op aarde, zegt de Here Jezus: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; Daar eindigt Zijn antwoord niet! Want, gaat de Here Jezus verder, wat wel belangrijk is, voor wat betreft de periode die vrijwel direct aanvangt na Christus’ Hemelvaart, is het ontvangen van de Heilige Geest Die zal komen. Waarom is dat veel belangrijker dan te weten wanneer de Zoon des mensen Zijn Koninkrijk zal vestigen op aarde? Het antwoord is vrij voor de hand liggend. De periode die vooraf gaat aan de Wederkomst van de Here Jezus en dus voor de aanvang van het Koninkrijk, is de Gemeentelijke periode (Opb 2 en 3), de genade tijd (Ef. 3), de bedeling der verborgenheid (Ef. 3), hoe je het maar wilt noemen. Want de periode, waarin wij nu leven, is de periode waarin de Here Jezus Zich verbergt (Hij is niet zichtbaar voor ons) enerzijds, anderzijds leven wij van dag tot dag met Christus, omdat Hij ons Zijn Heilige Geest gegeven heeft, waardoor wij wedergeboren mensen zijn en nu al deel hebben aan Zijn Koninkrijk. Dit is uniek en heeft in de wereldgeschiedenis nooit eerder plaats gevonden.
Terug naar beginTijdsrekeningen uit de Bijbel.We hebben de Schriftplaatsen, die gebruikt worden om het berekenen van de Opname van de Gemeente te weerhouden, zo ongeveer wel gehad. Het kan natuurlijk zijn dat ik er nog een vergeet, maar dan zie ik wel een mailtje tegemoet komen. De vraag die ik mezelf heb gesteld is: “Is het moment van de Opname van de Gemeente wel te berekenen?” Daar kom ik straks op terug. Laat ik heel voorzichtig beginnen. Ik geloof allereerst dat de Here God voor de grondlegging der wereld een plan had (Matt. 13:35, 25:34, Luc. 11:50, Joh. 17:24, Ef. 1:4, Hebr. 4:3, 9:26, 1 Petr. 1:20, Opb. 13:8, 17:8). Ik sluit dus het woord toeval uit. De hele Bijbel heeft het over Gods Heilsplan met jou en mij persoonlijk, met de gemeente, het land Israël en de volkeren. De Here God heeft een vastgesteld plan met Zijn schepping. Daaronder valt dus alles, want Hij heeft alles geschapen. En nu we het toch over Zijn schepping hebben… De schepping is mijns inziens een afspiegeling van Zijn Heilsplan, van de eerste scheppingsdag tot aan de uiterste dag (Joh. 6, Opb. 20). De schepping vond plaats in 6 dagen en op de 7de dag rustte de Here God. De 7 dagen staan voor de 7 millennia van Gods Heilsplan met Zijn Schepping.
Ik geloof dat bijvoorbeeld de geboorte van de Here Jezus op een exact moment plaats vond. Ik kan me zelfs voorstellen, zonder dat ik daar gericht studie naar heb gedaan, dat het mogelijk zou zijn geweest dat men de exacte dag van Jezus’ geboorte kon berekenen. Die opvatting haal ik uit het feit dat er een ster was gezien, voordat de Here Jezus werd geboren. Maar goed, niet teveel aandacht aan schenken, want dit is maar een opvatting en niet verder Bijbels onderbouwd. Wat daarentegen wel Bijbels te onderbouwen is, is de exacte tijdsrekening die de Bijbel heeft gegeven aan de 70 weken van Daniël. BRON: bijbels-panorama.nl
De bovenstaande tijdsrekening komt geheel overeen met de woorden die de Here Jezus sprak bij de intocht in Jeruzalem. Luk. 19:41 En toen Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, 42 Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in deze uw dag, wat tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.
De intocht in Jeruzalem viel namelijk exact op de laatste dag van de 69ste week van Daniël. Men had, door gewoon de dagen te tellen, kunnen / moeten weten, welke dag het was op Gods klok om het zo maar te noemen. En de Here Jezus zei: “als je nu eens door had welke dag het werkelijk is”. De Here Jezus zegt dit overigens niet tegen de stad, maar eigenlijk tegen haar inwoners. Je zult begrijpen dat als ik zeg dat de Dorpsstraat uit liep, dat de straat geografisch onveranderd bleef, maar het om de inwoners van de Dorpsstraat ging. Tijdrekening komt veelvuldig voor in de Bijbel en zijn vaak niet zulke interessante stukken om te lezen. Neem bijvoorbeeld de geslachtsregisters. Heel erg saai om te lezen, maar wel van fundamenteel belang als het gaat om de erfgenamen van bijvoorbeeld de troon van David. Een andere tijdrekening is die van de zondvloed bijvoorbeeld. De Here sprak in Gen. 7 Want over nog zeven dagen zal Ik doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten. Het mag dan een eenvoudige tijdsrekening zijn. Voor de Here zijn alle tijdsrekeningen eenvoudig. Of het nu om 70 weken van jaren zoals in Daniël of 7 dagen voor de zondvloed van Noach, het is de Here om het even, om het zo maar te noemen. Maar het kennen, dan wel onderkennen van de tijd waarin men leeft, is iets wat de Here wel belangrijk vindt. Zo lazen we in Luk. 19:42, Och, had je maar begrepen welke dag het was! Twee verzen verder zegt de Heer dit opnieuw. …daarom dat gij de tijd van uw bezoeking niet bekend hebt. Een andere Schriftplaats is ook in Lukas, namelijk deze: 12:56 Gij geveinsden, het aanschijn van de aarde en van de hemel weet gij te beproeven; en hoe beproeft gij deze tijd niet? De Here Jezus sprak deze woorden toen Hij nota bene uitleg gaf over de tekenen des tijds. Het Woord zegt gewoon dat wij onze tijd zouden verstaan. Met andere woorden: “Weet hoe laat het is!”Terug naar beginEen mogelijke rekenfout.Terug naar de vraag die ik mezelf had gesteld. “Is het moment van de Opname van de Gemeente wel te berekenen?” Allereerst een korte opsomming van wat feiten. · De Schriftplaatsen die gaan over “de dag en de ure die niemand weet”, gaan niet over de datum van de Opname van de Gemeente. · De Schriftplaats die over “ het komt u niet toe te weten de tijden en gelegenheden” spreekt niet over de datum van de Opname van de Gemeente. · In de Bijbel lezen we geprofeteerde tijdrekeningen. Deze zijn soms vervuld geworden en anderen moeten nog in vervulling gaan. · De Here Jezus Zelf wijst op minstens één geprofeteerd tijdrekening, namelijk die van Daniël, beter bekend als de 70 weken van Daniël. · De Here Jezus heeft meerdere malen in de Bijbel gezegd dat men zou moeten weten “hoe laat het is”, dan wel waakzaam te zijn. In de vorige studie heb ik wel een berekening gedaan. Daarin kan ik mij daar nog steeds grotendeels in vinden. Maar ik kom daar nu toch op terug. Want ik heb, denk ik, een fout gemaakt. Ik schrijf dit met enige aarzeling, maar zal proberen uit te leggen waar dan mogelijk de fout zit. Qua uitkomst van de tijdsrekening zal er waarschijnlijk niet zo veel verschil zitten.
Mijn tijdsrekening, net als vele andere tijdsrekeningen die niet uitgekomen zijn, is gelegen in het begin, namelijk de stichting van de Joodse staat Israël in 1948. De stichting van de Joodse staat is een mijlpaal voor wat betreft de eindtijd. Geen misverstanden daarover. De stichting van deze staat is zelfs geprofeteerd in de Bijbel, dus zouden we weten hoe laat het is. Maar… In hoeverre zou Gods tijdslijn voor wat betreft de Gemeentelijke periode, gekoppeld zijn aan de stichting van een ongelovige Joodse staat? We lezen in de Bijbel dat Gods tijdsrekening met de Joden, de 70 weken van Daniël, wordt onderbroken op de dag dat de Here Jezus Jeruzalem zal binnen gaan. Er zijn toen 69 jaarsweken verstreken en er blijft tot op de dag van vandaag nog één jaarsweek over.
De Gemeente waar jij en ik deel van uit maken heeft volgens mij weinig te doen met de ongelovige Joden. Dit zeg ik omdat ik een groot onderscheid lees tussen wat de Heer nu doet voor ons en wat Hij destijds heeft gedaan met het volk Israël en daarna met het Joodse volk. Ik bedoel het verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Ik vrees dan ook dat tijdsrekeningen die als beginpunt de stichting van de staat Israël hebben niet zullen uitkomen, omdat wij daarmee de Gemeente, het Lichaam van Christus, koppelen aan een ongelovige staat, waarover de Here Zijn Toorn zal storten. Ik denk dat we de Gemeente los moeten zien van Israël, ondanks dat wij uit Israël zijn voortgekomen (Opb 12).
Terug naar beginIs de datum van de Opname van de Gemeente te berekenen?Ik denk nog steeds dat we zouden kunnen weten wanneer de Opname van de Gemeente ongeveer zou moeten plaatsvinden. Het uitrekenen lukt mij niet, maar ik kan wel uitleggen wat er te berekenen valt.
De idee is nog altijd dat de Gemeentelijke periode 2000 jaren duurt. De Gemeente is ergens ontstaan. Ik weet alleen geen datum daarvan en daarom kan ik het ook niet uitrekenen. Maar we weten dat wij allen deel uitmaken van Zijn tempel. En het begin van het bouwen van een gebouw is het leggen van het fundament en eindigt met het dak, dan wel de bovenste steen, namelijk Christus Jezus (Ef. 2:20). Het begin van de 2000 jaren durende Gemeentelijke periode is het leggen van het fundament. Dit lezen we in de volgende verzen. · Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een ieder zie toe, hoe hij daarop bouwt. 1 Kor. 3:10 · Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. 1 Kor. 3:11 · Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; Ef. 2:20 · Evenwel het vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een ieder, die de Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid. 2 Tim. 2:19
Hoeveel dagen kent de Gemeentelijke periode? Ik ga nog steeds uit van 360 dagen in een jaar. Dit wordt een profetisch jaar genoemd en hoe komt men daarop? Het slaat op de 70ste week van Daniël. Deze wordt in verschillende Schriftplaatsen genoemd, dan wel gehalveerd genoemd. Dan spreken we over de “eerste helft van de 70ste week” of over de “tweede helft van de 70ste week van Daniël. · 1260 dagen (Opb. 11:3 en 12:6) = 3½ jaar, gerekend met 360 dagen per jaar. · 42 maanden (Opb. 11:2 en 13:5) = 3½ jaar, gerekend met 360 dagen per jaar. · Tijd, tijden en een halve tijd (Dan. 7:25 en Opb. 12:14) = 3½ jaar, gerekend met 360 dagen per jaar. 2000 profetische jaren x 360 dagen = 720.000 dagen.
Terug naar beginKunnen we de dagen aftellen?
Ik zal in ieder geval even de moeite nemen om uit te leggen waarom de Gemeentelijke periode niet begon bij de Opstanding van Christus. Want als de Gemeentelijke periode toen zou begonnen zijn, zou de Opname van de Gemeente al zijn geweest. Vanaf ongeveer het jaar 31 beginnen we met rekenen. Let op!
Vanaf het jaar 31 (eind 69-ste week) + 2000 profetische jaren. 2000 x 360 = 720.000 dagen 720.000 dagen delen door 365,24 = 1971,2 1971,29358 + het jaar 31 = 2002,2
Maar dat klopt dus niet, want de gemeentelijke periode is nog niet afgelopen. Met andere woorden, als we beginnen te rekenen vanaf het einde van de 69ste week van Daniël, zeggen we dat de Gemeentelijke periode op die dag is begonnen. Iemand die echt als fundamentlegger gezien moet worden is Paulus. Paulus zegt van zichzelf dat hij als een wijs bouwmeester het fundament heeft gelegd. Ik denk, dat als we een begin zoeken waar het begin van de Gemeente is ontstaan, dat we bij Paulus uit komen. Want het begin van de Gemeentelijke periode is het fundament dat werd gelegd (1 Kor. 3:10).
Het werk, de bediening van Paulus en zijn reizen speelden zich ongeveer af in de periode van 32 tot mogelijk het jaar 68. Klik hier voor meer informatie over de tijdsbalk van Paulus. We weten 2 dingen zeker: 1. Het fundament van de Gemeente werd niet gelegd in de periode van 32 tot en met 38 AD. 2. Het fundament moet zijn gelegd voor Paulus eerste brief aan de Korintiërs.
Dan tot besluit. Ik heb al aangegeven dat ik niet zeker weet in hoeverre het een fout betreft, als we 1948 als startpunt nemen in de tijdsrekening. In het vorige artikel heb ik in ieder geval ruimschoots en duidelijk naar voren gebracht het belang van de gemeentelijke periode. En dat is natuurlijk iets om vast te houden en eventueel nog eens te lezen. Maar hoelang we nog mogen bouwen op aarde op het fundament? We zullen het zien…… of we zullen het weten!
Gods zegen toegewenst,
Melle Velema.
Terug naar begin
Hier komen de gegevens over de auteur.
|