Hoe
wordt de mens wederomgeboren?
- Altar Call
- Nederlandse situatie
- Zondaarsgebed of
hand-opsteking?
- Hoe kom je tot bekering?
- Intentie-verklaring
Auteur: R. Brinkman (c) 2008, Bijbel
Actueel, www.bijbelactueel.nl
Eén
van de tegenwoordig omstreden c.q. langzaamaan verdwijnende gewoonten in de
Evangelische gemeenten -waaronder ik de brede kring van evangelische gemeenten
en kerken reken zoals de VPE, ABC-gemeenten, onafhankelijke evangelische
gemeenten, baptistenkerken e.a.- is het zogenoemde ‘zondaarsgebed’. Voor wie
niet weet wat dit is: het zondaarsgebed is een uitdrukking voor het
(gezamenlijke) gebed van een gelovige met iemand die zijn of haar leven aan de
Here Jezus wil geven. Vaak wordt dan door de gebedsleider, de gelovige, een
gebed uitgesproken welke de ‘bekeerling’ naspreekt of samen met hem/haar bidt.
De
reden dat een gelovige de woorden ‘voorzegt’ is een voornamelijk praktische; een
ongelovige (een zondaar) weet immers meestal niet wat bidden is en hoe dat te
doen. Dus wordt er een gebed ‘voorgezegd’ wat door de tot dan toe ongelovige
nagesproken kan worden.
Er bestaat geen vaste
‘formule’ of inhoud voor het gebed zelf. Belangrijk is dat de ‘bekeerling’ zijn
zonde belijdt en de Here aanneemt als persoonlijke Redder en
Verlosser.
Ik kan
mij nog herinneren, uit mijn tienerjaren, dat het regelmatig voorkwam in
samenkomsten, bij evangelisatieacties, of bij “een-op-een” evangelisatiewerk dat
mensen werden opgeroepen hun leven in de hand van de Here te geven, zich te
bekeren. De mensen die aan de oproep gehoor wilden geven werd gevraagd “naar
voren te komen” en vervolgens werd met hen persoonlijk gebeden door een oudste,
voorganger of evangelist; het ‘zondaarsgebed’ werd uitgesproken.

Altar Call
In de
Engelssprekende landen heeft men er zelfs een speciaal woord voor: “The Altar
call”; de oproep tot bekering die gevolgd werd door het, vóór in de kerk of
gemeente, knielen voor de Here om Hem aan te nemen. Een gebruik c.q. uitdrukking
welke men kent, in de VS, binnen bijna alle Evangelische gemeenten en kringen
zoals Baptisten, “Fundamentalistische” gemeenten, Wesleyaanse-, pinkster-, en
Charismatische kringen. Met andere woorden: alle kerken en gemeenten waarin men
niet gelooft in een verbondsleer maar in een persoonlijke wedergeboorte.
Er wordt niet geknield voor een daadwerkelijk altaar. Het woord is afgeleid van
het naar voren komen in de kerk, de plaats waar ook, naast het spreekgestoelte,
een –meestal fraaie- tafel staat welke gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het
avondmaalsgerei. Wanneer er geen avondmaal is staan er meestal wat fraaie
bloemen op of dient het een ander doel.
Zelfwerkzaamheid?
De “altar call”
ligt in de VS al jarenlang onder vuur. Veel mensen, predikanten ook, strijden er
tegen. Men vindt het niet ‘van deze tijd’, men vindt het ‘vernederend’ dat
mensen zo publiek hun leven aan de Here zouden moeten geven, etcetera maar vaak
is de argumentatie gebaseerd op een andere grond. Veel predikanten willen
namelijk geen oproep tot bekering, een ‘altar call’, meer doen omdat, zo zegt
men, “dat de indruk geeft alsof een mens zelf ook maar iets toe kan voegen aan
zijn bekering door naar voren te komen en te knielen in de gemeente”.
Feitelijk is deze
argumentatie een direct gevolg van de opkomst van de verbondsleer binnen de
Evangelische kringen en dan met name de Baptistengemeenten. Het gebruik om in de
kerkdienst ‘naar voren te komen’ wordt door de predikanten daarom gelijkgesteld
aan ‘zelfwerkzaamheid’. Een alternatief is er echter in de ogen van velen niet,
en dus laat men de oproep tot bekering, als gevolg hiervan, achterwege!
In
Nederland kenden we zoals eerder gezegd tot in elk geval de midden jaren ’80
(1985, ‘86) deze gewoonte ook. Ik heb vaak mensen na een prediking en oproep tot
bekering “naar voren” zien gaan; met name binnen de pinkstergemeenten was dit
een wijd verbreid fenomeen. In het Baptisme was dit minder bekend maar werd het
ook toegepast en bij diverse evangelisatie-akties heb ik het ook regelmatig
gezien.
De
laatste jaren is ook in Nederland echter het gebruik langzaam maar zeker, voor
zover ik het heb gezien, verdwenen. Er is op veel plaatsen een andere
gewoonte voor terug gekomen. In samenkomsten wordt door de voorganger
tegenwoordig niet meer gevraagd aan mensen of ze ‘naar voren willen komen’ maar
er wordt door de voorganger -na de prediking- gebeden en tijdens dat gebed aan
de mensen vaak gevraagd om, “als ze de Here willen aannemen”, te gaan staan. Of,
nog vaker, om hun hand op te steken.
Wordt
er niet gereageerd, dan wordt er soms aan toegevoegd of de mensen die ‘bij
vernieuwing’ hun leven aan de Here willen geven hun hand willen opsteken.
Als aanwezige hoor je dan de voorganger vervolgens zeggen: “ik heb uw hand
gezien, broeder…. Ik heb uw hand gezien…. Ik heb uw hand gezien, zuster”. En zo
worden de mensen die hun hand opgestoken hebben of zijn gaan staan gerekend als
“bekeerden”. Vervolgens dankt de prediker de Here voor de mensen die hun leven
aan de Here hebben gegeven dat moment.
Ik heb
mij hier eigenlijk de afgelopen jaren bij neergelegd hoewel het voor mijn gevoel
niet klopte wat er gebeurde. Echter, gewoonten veranderen, geleidelijk, en je
gaat er in mee. Je moet toch ook niet altijd “overal tegen zijn”? Of “altijd
maar vast blijven houden aan het oude”? En daar komt bij: je gevoel is een
bedrieglijke graadmeter. Dus, je denkt dat het goed is zo. En bent,
uiteindelijk, zelfs blij over het grote aantal mensen dat hun hand opsteekt en
tot geloof komt (of zich weer ‘opnieuw’ heeft toegewijd aan de Here Jezus).
Afschaffing wedergeboorte?
We
zien dus, samengevat, de volgende ontwikkeling(en) in de Evangelische beweging
en kerken: de afschaffing van het ‘naar voren komen’ met als gevolg:
1.
de
afschaffing van de oproep tot wedergeboorte (met als grondslag de invoering van
een theologie die op de verbondsleer gebaseerd is)
of
2.
het invoeren
van de ‘handopsteking’ in plaats van het ‘zondaarsgebed’.
In
beide gevallen wordt het ‘zondaarsgebed’ achterwege gelaten. De invoering van
een verbondsleer-theologie, en deze als grondslag laten dienen voor het
afschaffen van de oproep tot wedergeboorte, verwerp ik eenvoudigweg op grond van
wat de Here Jezus zelf zegt:
Jezus antwoordde en zeide tot hem:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het
Koninkrijk Gods niet zien. (Joh. 3:3).
Petrus
zegt dat deze wedergeboorte er toe leidt dat wij een lévende hoop hebben 1
Petr. 1:3, en Paulus zegt Titus 3:5 dat wij door de
wedergeboorte gered zijn.
De woorden van de Here zijn
duidelijk genoeg, een wedergeboorte is noodzakelijk. Zonder de
wedergeboorte zullen wij, als mens, verloren gaan. Wie niet wederom geboren
wordt, wie geen persoonlijke keuze voor de Here Jezus heeft gemaakt,
zal het Koninkrijk Gods niet zien.
Ik kom
nu met de nodige reserves en na enige tijd dit biddend te hebben overdacht, want
dit kan zeer schokkend zijn voor u als lezer, tot het volgende punt: is de
‘handopsteking’ (gelijk te stellen aan) een wedergeboorte?
Wat bedoel ik? We hebben gezien
dat in gemeenten mensen niet meer ‘naar voren komen’ om te knielen voor de Here
en een ‘zondaarsgebed’ te zeggen. In plaats daar van steekt men nu, op
uitnodiging van de voorganger, de hand op als teken dat men ‘de Here wil volgen’
of ‘Jezus heeft aangenomen’ enz. Dit wordt gerekend als een ‘bekering’. Waarbij
ik moet opmerken dat het woord ‘bekering’ tegenwoordig vaak een andere definitie
heeft gekregen namelijk deze: “Bekering is je omkeren tot God” of ook wel:
“Bekering is je afkeren van je oude leven”. Dat is echter slechts ten dele
juist. Bekering houdt namelijk zoveel méér in; het is: je leven óvergeven, in de
handen leggen, van de Here Jezus.

Wat is bekering?
Bekering is feitelijk: “tot geloof komen”. Geloven in Christus Jezus. Hem
“ontvangen” of áánnemen, zo noemt de Bijbel het:
Joh. 1:12 Doch allen,
die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen
Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven.
De
mens wordt de ‘macht gegeven’ om, wanneer hij of zij gelooft en Christus Jezus
áánneemt als Redder en Verlosser, om een kind van God te worden. Géén mitsen en
maren, geen theologische tegenwerpingen of vooroordelen! De Bijbel is hier 100%
duidelijk over. Bekering, wedergeboorte, is een zuiver Bijbelse aangelegenheid.
Door
dit geloof wordt de mens gereinigd van de zonde, “en het bloed van Jezus, zijn
Zoon, reinigt ons van alle zonde” 1 Joh. 1:7.
Door
te geloven in Christus Jezus, wordt de zonde, álle zonde, van ons weggenomen.
In het Oude Testament Deut. 30:2, 10 lezen we ook al wat
bekering is:
“wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar
zijn stem luistert” [..]wanneer gij u tot de HERE, uw God, bekeert met
geheel uw hart en met geheel uw ziel.”.
Zoals
Paulus Rom 2:13 zei: het is niet alleen horen, maar ook de daden die
er bij horen; met hart én ziel je aan de Here overgeven. Léven vanuit dat
Evangelie waartoe je als mens je bekeert, waaraan je vanaf dat moment je
onderwerpt. Is dat echter alles? Je houden aan een set van (leef)regels, je
onderwerpen aan God? Nee, het gaat nóg verder! Door te geloven in Christus
Jezus, door Hem “aan te nemen” worden de zonden vergeven. Wat méér is: de
érfzonde wordt vergeven waardoor wij de dood niet meer schuldig zijn Gal.
3:22, Rom. 6:10-23.
De
érfzonde is de zonde van de opstand; de opstand van de mens tegen God. En elk
mens leeft in opstand tegen God. Al zijn wij als mensen in de ogen van ons zelf
nóg zulke goede mensen, we leven –zolang we niet geloven, zolang we God
verwerpen- in opstand tegen onze Schepper. Aangezien wij in opstand leven tegen
God, als mens, kan Hij ons niet accepteren, kan Hij niet toestaan dat wij –na
dit leven- in Zijn nabijheid zijn. En daarom kan een ieder die niet
gelooft níet ingaan in het Koninkrijk Gods (Joh. 3:3).
Bekering, tot geloof komen of wedergeboren worden, is dus –zoals eerder gezegd-
een absolute voorwaarde om ‘in te gaan in het Koninkrijk Gods’. Want door
deze bekering, door het aanvaarden van het offer van de Here Jezus Christus,
wordt ons de zonde vergeven.
Samenvattend:
1.
bekering
is: tot geloof komen;
2.
bekering
dient te gebeuren ‘met hart en ziel’, volledige overgave aan God;
3.
de mens
is gereinigd van alle zonde door de bekering;
4.
wie zich
niet bekeert zal verloren gaan.
Hoe
kun je gaan geloven, hoe doe je dat? De Bijbel onderwijst in Rom 10:9-13 het
volgende:
9 Want
indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart
gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; 10
want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men
tot behoudenis. 11 Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof
bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. 12 Want er is geen onderscheid tussen Jood
en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem
aanroepen; 13 want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden.
Om dit
te kúnnen doen, is geloof noodzakelijk, zegt Rom. 10:14. Tevens is berouw
noodzakelijk. Niet van het nivo “ja, sorry”, nee: diep zondebesef en werkelijk
berouw hebben over het zondige leven, de opstand tegen God Hand. 3:19.
Koning
David schreef in Psalm 55:17, 18
Maar
ik, ik roep tot God,
de HERE
zal mij verlossen.
Des
avonds, des morgens en des middags klaag en kreun ik;
Hij
hoort mijn stem.
Mag ik u uitnodigen, voor
zover u dat nog nooit gedaan hebt de Here in uw hart aan te nemen en Hem
uw zonde te belijden?
Hier komen de gegevens over de auteur.
Copyright © 2008 [Rudy Brinkman.
www.bijbelactueel.nl ]. Alle
rechten voorbehouden.
Laatst bijgewerkt:
04 maart 2010.
|