Bedelingen Gods 


Inleiding op de bedelingenleer.

  1. Ter inleiding.
  2. De leer der bedelingen.
  3. Oikonomia.
  4. De indeling van het schema der bedelingen.
  5. Zijlijnen.

Ter inleiding.

De leer der bedelingen ("dispensationalisme") wordt in de Bijbel niet rechtstreeks gevonden of uiteengezet. Toch is deze leer van het allergrootste belang bij de bestudering van de Bijbel. "Dispensationalisme" is afgeleid van het Latijnse woord "dispensatio", dat "bedeling" betekent. In het Grieks heet het "oikonomia". Naast de theologie van de bedelingen is er de "verbondstheologie". Deze bekende protestantse theologie is gebaseerd is op de "leer der verbonden". Alle verbonden (met Adam, Noach, Abraham, Mozes, David, Christus) worden geacht afgeleid te zijn van één groot verbond. Men zegt bijvoorbeeld dat men door de kinderdoop ingelijfd wordt in het verbond. Men is het niet met elkaar eens in welk verbond dat dan zou moeten zijn. De verbondstheologie is een complete systematische theologie over de hele Bijbel. Er is maar één andere complete systematische theologie die daar tegenover gesteld kan worden. Dat is het dispensationalisme. 

Andere theologie is fragmentarisch en onvolledig, omdat het ontbreekt aan voldoende Bijbelse basis. De verbondstheologie beschouwt de hele Bijbelse geschiedenis als uniform. Dat wil zeggen: van het begin tot het eind gaat de Bijbelse historie over de verlossing van de zondaar. "God is in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende" (2 Korinthe 5 : 19), vanaf de oude tot aan de nieuwe schepping. Het is één lijn waarin niets verandert en waarin alles statisch is. Binnen de verbondstheologie worden totaal geen verschillen gezien. Adam zou, als hij geloofde, bij de kerk horen. Binnen de verbondstheologie is geloof trouwens niet genoeg.

Men beschouwt Abraham als lid van de Kerk / de Gemeente van Christus. Er bestaat verschil van mening over de manier waarop men in de hemel zal komen. Als men er echter komt, verwacht men Abraham, Izaäk, David enzovoorts tegen te zullen komen. Men zegt dat het allemaal één grote schare is "die niemand tellen kan" (Openbaring 7 : 9). Alles is uniform,want Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid (Hebreeën 13 : 8). Zo is het weer één lange doorgaande lijn. Wanneer we naar de toekomst kijken wordt het helemaal moeilijk, want de verbondstheologie kent geen toekomst. Zij kent alleen "de Jongste Dag" en geen vervullingen van de profetieën in de toekomst. Echte aanhangers geloven in geen enkele profetie, behalve in die van de Jongste Dag. Alle profetieën zijn in hun ogen al vervuld. 

Wij houden vast aan de letterlijke inspiratie van de profetieën. De Gemeente zal in de nabije toekomst van de aarde worden weggenomen (1 Thessalonicenzen 4 : 13-18). Daarna komt, na een korte periode van schijnvrede, een periode van verdrukking waarin de levende mensheid aan Christus onderworpen wordt, te beginnen bij Israël. De Psalmen schrijven er bijvoorbeeld over. Daarna spreekt de Bijbel over een periode van duizend jaar waarin helemaal geen oorlog is. De Bijbel spreekt over deze dingen dus moeten zij een plaats hebben in de heilshistorie. De vraag is dan wel waar ze geplaatst moeten worden. Daarover gaat deze Bijbelstudie. 

Schriftgedeelten van toepassing op mensen in de ene bedeling, zijn niet noodzakelijkerwijs van toepassing op mensen die in een andere bedeling leven. De wet gold vanaf Mozes tot aan Christus. Wij leven dus niet onder de wet. Dat komt door de dood en opstanding van Christus (zie de brief aan de Romeinen). Wij zijn bevrijd van de wet. Abraham was een vaderland beloofd. Bij zijn leven heeft hij dat niet ontvangen. Hij zal het in de toekomst krijgen. Abraham verwacht niet de hemel, maar een stad die fundamenten heeft (Hebreeën 11 : 10). Deze stad zal op de nieuwe aarde verschijnen. Wij verwachten een béter en een ánder vaderland dan Abraham. Wij leven onder een andere bedeling. Het verschil tussen Abraham en een gelovige van vandaag is niet de inhoud van zijn geloof.

Beiden geloven in Christus. Het verschil is dat Abraham tijdens zijn leven nog niet wedergeboren werd, terwijl een gelovige sinds de opstanding van Christus dat wel is. Abraham werd geen nieuwe schepping, omdat Christus nog niet opgestaan was. Het nieuwe leven moest nog tot stand gebracht worden. De zonden waren nog niet weggedaan. Vandaar dat Abraham "in hope zalig" (Romeinen 8 : 24) is geworden en nog steeds de stad verwacht die fundamenten heeft. 

Er zijn verschillen in de Bijbel en die verschillen moeten wij recht doen. Wanneer er verzen zijn die elkaar tegenspreken is dat bijna altijd het gevolg van de verschillende bedelingen. Soms gaat het om een onjuiste vertaling of om een verkeerde grondtekst. De Bijbel spreekt Zichzelf niet tegen. Het gaat om verschillende mensen in verschillende tijden en onder verschillende omstandigheden. Er wordt verschil gemaakt tussen de Gemeente en Israël; allebei volkeren van God. Het gaat over verschillende bedelingen. Volgens de verbondstheologie zijn Israël en de Gemeente hetzelfde, maar dan in verschillende tijden. Wat voorheen Israël was, is nu de Gemeente. Daarom past men de profetieën over de toekomst van Israël toe op de Gemeente. Men spreekt over Israël en bedoelt de Gemeente. Een ander voorbeeld is dat er in de kerk geleerd wordt dat een heiden iemand is die niet tot het volk van God behoort. Een heiden is volgens hen een ongelovige en een heiden behoort dus niet bij het volk van God. Daarmee geeft men het woord een verkeerde betekenis, waarna men van de Schrift niets meer begrijpt.  

De Bijbel heeft veel te zeggen over de verschillen, maar ook over de overeenkomsten tussen Israël en de Gemeente. De plaats van Israël, op aarde, is "Kanaän". Dit heeft God beloofd en dat is nooit veranderd. Toen God de aarde onder de mensen verdeelde hield Hij rekening met het getal der kinderen Israëls (Deuteronomium 32 : 8, 9). Israël bestond toen nog niet. God beloofde dat land aan Abraham, uit wie Israël zou voortkomen. Onder Jozua werd het land inderdaad aan Israël gegeven. Zij zijn er nu uit verdreven, maar zij zullen in de toekomst weer wonen in Kanaän. De plaats van de Gemeente is de hemel, in Christus en bij God. De Gemeente staat helemaal niet in de plaats van Israël. Het is geen doorgaande lijn, maar er is verschil tussen die twee. De lijnen lopen uiteen. De verbondsgedachte is het einddoel van alle theologisch denken en argumentatie. Daartegenover staat de simpele methode van het onderzoeken van de Schrift: gewoon lezen wat er staat. Dan komt men vanzelf tot een indeling in verschillende tijdperken. Het gaat niet om die tijdperken als zodanig, maar om de inhoud ervan.

Terug naar begin

De leer der bedelingen.

De leer der bedelingen wordt in het algemeen niet fundamenteel uiteengezet. Een bedelingenschema ontstaat door de systematische bestudering van de Schrift. Het is geen uitgangspunt, maar het is het resultaat van de bestudering van de Schrift en de verschillende aspecten van alle historische gebeurtenissen. Aangezien geen mens klaar is met de bestudering van de Bijbel, is zo’n bedelingenschema aan schommelingen onderhevig. Er is geen dispensationalist die claimt dat het schema dat hij voor juist houdt Bijbels juist is. Het meest bekende schema is het schema dat Dr. Scofield hanteerde. Dat schema is overigens helemaal niet van Dr. Scofield afkomstig. Het is overgenomen van Isaac Watts, die in de 17e eeuw leefde. Zelfs Dr. Scofield claimde niet dat zijn schema juist was. Hij hanteerde het gewoon en hij heeft er nooit enige consequenties aan verbonden.  

Voor het principe van het dispensationalisme maakt het absoluut niet uit welk schema men hanteert. Het gaat erom dat men de verschillen ziet. Dr. Scofield hanteerde een bedelingenschema waarbij de bedelingen elkaar opvolgen. Hij redeneerde dat er nooit bedelingen naast elkaar bestaan. Daardoor was hij genoodzaakt een daadwerkelijk einde van een bedeling aan te geven. De eerste bedeling laat hij in de zondvloed eindigen. Daarna laat hij de tweede bedeling beginnen, die hij bij Babel laat eindigen. In zijn systematiek laat hij elke bedeling met een oordeel eindigen en dat brengt hem in moeilijkheden. Mede daardoor klopt het schema niet volledig. Ik gooi het schema niet weg, maar borduur er op voort. Ik gebruik een afwijkend schema omdat ik geloof dat het Bijbels juist is.  

Bijbelstudie doet men met een Bijbel en een concordantie. Een Griekse voor het Nieuwe Testament en een Hebreeuwse concordantie voor het Oude Testament. Dan zoekt men bijvoorbeeld het woord "bedeling" in de grondtekst op en bestudeert die Schriftplaatsen en legt ze allemaal naast elkaar. Dan weet men precies wat een bedeling is. Op deze wijze zullen wij ook in deze studie te werk gaan.

Terug naar begin

Oikonomia.

Het Latijnse woord voor "bedeling" is "dispensatio"; de Griekse naam is "oikonomia" (oikonomia). Er zijn enkele woorden, die daar verband mee houden: "oikonomeo" (oikonomeo) en "oikonomos" (oikonomos). "Oikonomia" en "oikonomos" zijn zelfstandige naamwoorden. "Oikonomeo" is een werkwoord: "bedélen" of "uitdelen". "Oikonomia" wordt meestal vertaald met "bedeling". Soms hebben de vertalers het woord "oikonomia" ontleed. Zij zijn de oorsprong van het woord nagegaan (de etymologie). "Oikonomia" is een samentrekking van twee andere woorden, namelijk "oikos",wat "huis" betekent en "nemo",wat "beheren" betekent. "Beheren" is het enige Nederlandse woord dat het begrip "nemo" goed dekt. "Oikonomia" betekent: het beheer/bestuur over een huis. Een huis is in de Bijbel een samenleving in familieverband.

Het huis Israëls is niet gebouwd van planken of stenen, maar het bestaat uit die familie. Het "huis" is geen bouwwerk, maar de aanduiding van hen die in dat bouwwerk wonen, leven en werken. Wij noemen dat een huishouding om het verschil aan te geven tussen het bouwwerk en hen die daarin wonen. De letterlijke betekenis van "oikonomia" is "huishouding".

"Oikonomos" is ook een zelfstandig naamwoord. Het gaat om de man, namelijk de bestuurder van het huis. Dat woord "oikonomos" wordt dan ook letterlijk vertaald met "huismeester". Het wordt bijna altijd vertaald met "rentmeester". Een rentmeester is een beheerder van een huis/huishouding.

Dr. Scofield zei: "Een bedeling is een tijdsperiode, gedurende welke de mens getest wordt op gehoorzaamheid aan God in verband met bepaalde zaken." Een bedeling is een huishouding, maar daardoor is het een tijdsperiode. De definitie van Dr. Scofield is fout, maar de toepassing daarvan klopt wel,want iets bestaat gedurende een bepaalde tijd.

"Bedeling" (oikonomia) wordt genoemd in de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester:

Lukas 16 : 1-4

1 En Hij zeide ook tot Zijn discipelen: Er was een zeker rijk mens, welke een rentmeester (oikonomos) had; en deze werd bij hem verklaagd, als die zijn goederen doorbracht. 2 En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap (oikonomia); want gij zult niet meer kunnen rentmeester (oikonomos) zijn. 3 En de rentmeester (oikonomos) zeide bij zichzelven: Wat zal ik doen, dewijl mijn heer dit rentmeesterschap (oikonomia) van mij neemt? Graven kan ik niet; te bedelen schaam ik mij. 4 Ik weet, wat ik doen zal, opdat, wanneer ik van het rentmeesterschap afgezet zal wezen, zij mij in hun huizen ontvangen. 

Het woord "bedeling" komt ook voor in:

1 Korinthe 9 : 16, 17

16 Want indien ik het Evangelie verkondige, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig! 17 Want indien ik dat gewillig doe, zo heb ik loon, maar indien onwillig, de uitdeling (= bedeling, huishouding) is mij evenwel toebetrouwd.

 

Dit is net zo’n uitspraak als in: 

1 Korinthe 4 : 1, 2

1 Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. 2 En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde. 

Paulus zegt dat hij een uitdeler (beheerder) van de verborgenheden Gods was en dat hij trouw moest zijn (zie ook 1 Petrus 4 : 10). De Heer heeft het hem opgedragen. Paulus heeft die verantwoordelijkheid en de Heer zal hem ter verantwoording roepen. Paulus is een rentmeester van een rentmeesterschap, een huishouder van een huishouding.

In Éfeze is voor de eerste keer sprake van een bedeling met een naam.

 

Éfeze 1 : 10

10 Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot een te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is;

Het gaat hier om een huishouding (bedeling/oikonomia): de bedeling van de volheid der tijden. Deze bedeling komt in het schema van Dr. Scofield niet voor. In de bedeling van de volheid der tijden zal God "beide, dat in de hemel is en dat op de aarde is", tot Zich terug verzamelen. Hier wordt het woord bedeling gebruikt voor een periode (een bepaald aspect) uit de heilshistorie.  

Éfeze 3 : 2

2 Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan (t.b.v./voor) u.

Daar moet men van gehoord hebben! De naam is een karakteraanduiding van die bedeling. Deze bedeling wordt gekenmerkt door genade. Paulus schrijft alsof ze er niet van gehoord hebben. Deze bedeling is in de voorgaande eeuwen niet bekendgemaakt maar is pas later tot stand gekomen onder het rentmeesterschap van Paulus.

 

Éfeze 3 : 9

9 En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de bedeling (niet: gemeenschap; zie zijlijn 1) der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;

De huishouding is het eigendom van de Heer en de huishouder is verplicht dat huis te dienen en alles te doen wat goed is voor de instandhouding en de ontwikkeling van die huishouding. De rentmeester dient dat huis, maar dat doet hij omdat hij er boven staat. Paulus is een dienstknecht van de Gemeente. Hij bedient de Gemeente; niet ter wille van de Gemeente, maar ter wille van Christus. Dat is elementair. Wij moeten Christus dienen. Dat dient onze enige motivatie te zijn.

 

1 Korinthe 4 : 1-4

1 Alzo houde ons een ieder mens, als dienaars van Christus, en uitdelers der verborgenheden Gods. 2 En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde. 3 Doch mij is voor het minste, dat ik van ulieden geoordeeld worde, of van een menselijk oordeel; ja, ik oordeel ook mijzelven niet. 4 Want ik ben mijzelven van geen ding bewust; doch ik ben daardoor niet gerechtvaardigd; maar Die mij oordeelt, is de Heere. 

Paulus zat in de gevangenis, maar hij diende de Gemeente. De Gemeente te Korinthe stelde er geen prijs op. Hij deed het echter wél, omdat hij de Heer diende. De Heer heeft ons geen zegeningen geschonken vanwege onszelf,maar vanwege God. Het is om de Vader te dienen. De Heer is niet gekomen om onze wil te doen, maar de wil van Zijn Vader. De Heer is niet als Dienstknecht van ons gekomen, maar als Dienstknecht van Zijn hemelse Vader.

 

Hebreeën 10 : 7, 9

7 Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God! 9 Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! ...

Paulus is een dienstknecht van God en daarom doen wij er het beste aan ons aan die dienstknecht van God te onderwerpen. Dan mogen we de zegeningen ontvangen die Paulus ontvangen heeft.

 

Kolossenzen 1 : 24-26

24 Die mij nu verblijde in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente; 25 Welker dienaar ik geworden ben, naar (= in overeenstemming met) de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods; 26 Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;

Paulus lijdt verdrukkingen in zijn vlees (lichaam) voor het Lichaam van Christus, de Gemeente. Rentmeesterschap is een zaak die speciaal te maken heeft met Gods heilshandelen. Een rentmeesterschap kan worden opgeheven en een rentmeester kan uit zijn functie worden ontheven.  

Er kunnen huisregels bestaan die door de Heer des huizes zijn opgesteld en door de rentmeester dienen te worden gehandhaafd. In Éfeze 3 werd over de bedeling van de genade Gods gesproken. ij noemen hem zo, omdat het een Bijbelse term is. Het staat niet in de Bijbel als naam, maar ter onderscheiding. Het gaat erom dat "genade" één van de belangrijkste kenmerken is van deze bedeling. Genade regeert. Diezelfde bedeling wordt enkele verzen verder "de bedeling van de verborgenheid" genoemd, omdat één van de andere belangrijke kenmerken van deze bedeling is dat God Zich verbergt. Christus en het koninkrijk van Christus zijn ook verborgen. Wij zijn eveneens verborgen, want ons leven is verborgen met Christus in God (Kolossenzen 3 : 3). De wereld kent ons niet, omdat wij deel uitmaken van de bedeling van de verborgenheid. Beide aanduidingen geven een bepaald karakter van de bedeling weer.

Slechts twee bedelingen in de Bijbel hebben een naam. Eén van die twee heeft zelfs twee namen. De Bijbel kent dus eigenlijk geen namen toe aan bedelingen. Soms staat er een aanduiding bij, maar dat is wat anders dan een naam. Het bedelingenschema van Dr. Scofield kent slechts de bedeling van de genade die in de Bijbel onder diezelfde naam genoemd wordt. Voor zover echter een uitdrukking voorkomt, die wij als naam opvatten, is het slechts een uitdrukking om een bepaald karakter van zo’n bedeling aan te geven. Het is heel goed mogelijk de bedelingen een nummer te geven, omdat de getallen/nummers in de Bijbel een betekenis hebben. Het noemen van een getal roept een bepaalde gedachte op.

 

Genummerd krijgen we het volgende overzicht:

1. De bedeling van het geweten.

2. De bedeling van het menselijk bestuur.

3. De bedeling van de belofte.

4. De bedeling van de wet.

5. De bedeling van de genade, of van de verborgenheid.

6. De bedeling van de volheid der tijden.

7. De bedeling van het Millennium (de 1000 jaren).

 

Bedelingen volgen elkaar niet automatisch op. Ze worden na elkaar genoemd, omdat ze na elkaar tot stand gekomen zijn,maar dat is nog niet hetzelfde als dat ze na elkaar bestaan. Dat is een belangrijk misverstand.

De meeste bedelingen overlappen elkaar namelijk. De zesde bedeling is de afsluiting van de tweede. De tweede bedeling loopt dus nog steeds en zal in de toekomst afgesloten worden. De eerste bedeling eindigt waar ook de zevende bedeling eindigt. De tweede eindigt waar ook de zesde eindigt. De derde bedeling begint zich te vervullen in de vijfde bedeling. De vierde bedeling staat op zichzelf. Schematisch ziet dat er als volgt uit:

 

1

. 2

. . 3

. . . 4

. . 5

. 6

7

 

Terug naar begin

De indeling van het schema der bedelingen.

In de standaard bedelingenschema’s wordt niet begonnen met "de bedeling van het geweten", maar met "de bedeling van onschuld". Het is de bedeling vanaf de schepping van Adam tot aan zijn zondeval. Adam en Eva woonden in de periode van onschuld in de hof van Eden met de daarbijhorende opdrachten. Adam had nog niet gezondigd. De mens was zondeloos en onschuldig. Vandaar dat "de bedeling van de onschuld" wel een aardige uitdrukking is. Strikt genomen eindigde die periode niet met de zondeval van Adam, maar bij de uitdrijving uit de hof. Daar werden de huishoudelijke regels gewijzigd. Na hun zondeval werden zij uit de hof van Eden verdreven en moesten ze in de gevallen wereld de aardbodem bebouwen en in het zweet huns aanschijns brood verdienen. De dingen die veranderden, zijn kenmerken van een huishouding. De huisregels veranderden, de posities en de verantwoordelijkheden werden gewijzigd.  

Vandaar dat men kan zeggen dat bij de val van Adam een andere bedeling begon. Dat betekent dat er een bedeling aan vooraf ging. Volgens Scofield was dat "de bedeling van de onschuld". Ik heb die niet als eerste genoemd, omdat het verhaal niet begint bij de schepping van Adam, maar bij de zondeval van Adam. Het verschil tussen de periode van onschuld en al die andere bedelingen is zo groot dat die eerste periode helemaal niet in het rijtje thuis hoort.

De zeven bedelingen, vanaf de zondeval van Adam tot en met de duizend jaar, hebben te maken met de weg van een oude naar een nieuwe schepping. Ik reken de bedeling van de onschuld, toen de mens nog niet gevallen was, niet mee vanwege de parallel die er tussen de zeven bedelingen van de heilshistorie en de zeven dagen uit Genesis 1 bestaat. Een bedeling is niet per definitie een tijd, maar de opéénvolging van die bedelingen deelt de heilshistorie wel in tijdsperioden in. Het ligt zeer voor de hand om verband te zien tussen de zeven tijdperken van de bedelingen en de zeven tijdperken ofwel dagen uit Genesis 1.

Die parallel is er en laten wij die parallel dan ook vervolmaken. Als wij een parallel trekken tussen de bedelingen en de scheppingsgeschiedenis van Genesis 1, dan moet er ergens in Genesis 1 een punt zijn te vinden dat overeenkomt met de val van de mens. De mens leefde eerst in onschuld. Daarna volgde een periode van Adam tot Noach waarin de mens door zijn geweten werd geregeerd (Romeinen 2 : 14, 15).

Er moet een periode zijn van een volmaakte schepping, zoals er een periode was van een volmaakte Adam. Er moet een punt zijn van de val van de schepping, zoals er een punt was van de val van Adam. Daarna volgde de eerste bedeling waarna in Genesis 1 de eerste dag moet volgen.

Dat is analogie.

De periode van onschuld ligt vóór de eerste bedeling en zo is er in Genesis 1 ook sprake van een periode van volmaaktheid vóór de eerste dag. Die periode wordt beschreven in:

Genesis 1 : 1

1 In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

Er is eerst sprake van schepping van hemelen en aarde, zoals er in verband met de mens eerst sprake is van de schepping van de mens. Na die schepping volgt een bepaalde periode en dan begint de existentie van deze wereld. zie zijlijn 2

 

Genesis 1 : 2, 3

2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. 3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. 

De eerste dag uit Genesis 1 : 5 spreekt niet over de schepping van hemel en aarde. Dat kan niet, want dat was daarvoor al gebeurd. God schiep de hemel en de aarde vóór die eerste dag, namelijk "in den beginne". Maar...

"de aarde werd woestheid en ledigheid en duisternis, vanwege het verschijnen van de afgrond; ..." (letterlijk vertaald). De oorspronkelijke schepping "werd woestheid en ledigheid en duisternis". De aarde was niet zo!

God schiep geen losse materie die Hij later, in een week tijd, vervormde tot de huidige wereld. De schepping van den beginne wérd woestheid en ledigheid en duisternis. Er is sprake van een val waarna de eerste dag komt waarop God licht te voorschijn brengt. Er is een treffende parallel met de geschiedenis van de mens. Eerst is er de schepping van de mens, dan zijn periode van onschuld, gevolgd door de val van de mens. Daarna begint de eerste bedeling; bij de uitdrijving uit de hof van Eden. Voordat er sprake is van een eerste dag en een eerste bedeling is er een periode gepasseerd waarin het één en ander gebeurd is. Er is sprake van schepping, val en herschepping, of ook wel: "restitutie". "Institutie" is een "instelling" en "restitutie" is een "herstelling". Wat in de zeven dagen gebeurde, was herscheppen, namelijk restitutie. Hierbij moet worden opgemerkt dat een onderdeel van de restitutie wel degelijk scheppingswerk is: sommige dieren en de mens. Al wat ziel heeft en gedurende de zeven dagen tot stand kwam, is geschapen. Licht wordt niet geschapen, noch de bomen en het kruid. Het groene gewas kwam uit de aarde te voorschijn. De aarde bracht voort; God niet.

 

Over de schepping, de val (de nederwerping van de kosmos) en Gods Plan met betrekking tot de herschepping en de weg naar een nieuwe hemel en aarde, is interessant Bijbelstudiemateriaal aanwezig, bijvoorbeeld de Bijbelstudie "De leer der restitutie". Vraag ernaar bij de uitgevers of bij het Nederlands Bijbelstudie Centrum in Almere. 

De geschiedenis, voor zover van toepassing op de Adamitische mensheid, wordt onderverdeeld in zeven bedelingen. Neemt men echter de geschiedenis van Israël, dan is die vanaf hun geboorte (Abraham, Izaäk en Jakob) te volgen tot aan hun toekomstige wedergeboorte. Deze geschiedenis kan ook onderverdeeld worden in zeven fasen. Het getal 7 is de aanduiding van Gods weg met een gevallen wereld tot aan een nieuwe wereld; van een oude schepping tot aan een nieuwe schepping. Let wel: het begin van die zeven is niet het begin van deze wereld. De 1 is de eerste fase in de weg tot herstel. Er is iets dat gevallen is en dan treedt de zeven in werking. Wanneer die zeven is uitgewerkt zijn we bij de 8: het begin van een nieuwe reeks. De eerste dag der week, de achtste dag, is een beeld van de nieuwe schepping. Deze wereld is de wereld van de zeven. Als men wél voorbij de zeven komt, is men uit deze wereld, want de acht onttrekt zich aan deze wereld.

Wanneer men in de wereld op een acht komt, blijkt die acht weer een één te zijn. Een goed voorbeeld is het loofhuttenfeest. Dat werd gedurende zeven dagen gevierd. Het is een beeld/type van de zevende bedeling, van het Messiaanse Rijk hier op aarde (de 1000 jaren). Na de zeven dagen van het loofhuttenfeest komt er nog een dag, waarop feest gevierd wordt. Voor dit slotfeest is geen naam en het wordt in de Bijbel ook niet nader aangeduid. Waarom staat er niet dat men acht dagen feest moest vieren? Dat kan niet, omdat acht geen eenheid is. Men kan slechts tot zeven gaan. Moet het acht zijn, dan is het hier (op aarde) zeven en één. De grote dag van het feest, de achtste dag, staat los van de zeven. Het is een nieuw begin. De acht is nauw verbonden met het getal "dertien". Beide staan voor een nieuw begin: acht speciaal voor een nieuwe schepping en dertien voor een nieuw begin in het algemeen.  

Een dertiende brengt omkering/revolutie. Jakob kreeg twaalf zonen en de dertiende was een dochter: Dina. Er zijn twaalf discipelen en wie is de dertiende? Er kunnen twee antwoorden gegeven worden: de Here Jezus en Paulus. De Here Jezus was Degene Die een nieuw begin tot stand bracht. Paulus bracht ook iets totaal nieuws: een nieuwe bedeling.

 

Terug naar begin

Zijlijnen.

Zijlijn 1

Het woord "gemeenschap" is in de Statenvertaling de vertaling van het Griekse "koinonia". Dit woord staat ten onrechte in sommige Griekse manuscripten. Het staat in de "Textus Receptus", waarvan de Statenvertaling een vertaling is. In de nieuwere versie van het  Nieuwe Testament staat het woord "oikonomia", wat "bedeling" betekent.

 

Zijlijn 2

De wereld van vandaag is geboren uit de gevallen "oer-schepping" van Genesis 1:1. De nieuwe schepping, de zaligheid, komt voort uit de Here Jezus. Christus is het Hoofd van de nieuwe schepping. Jezus Christus is voortgekomen, langs één kant, uit een hoer: Rachab, Thamar, Bathseba en - in breder verband - Israël zelf. Israël wordt in de Bijbel  uitdrukkelijk de overspelige vrouw genoemd (Ezechiël 16 : 32, Jeremia 9 : 2), de hoer (Ezechiël 16 : 35). Toch wordt daaruit een nieuw Israël geboren.

De hele schepping, waarin wij leven, was de vrouw van God. De schepping staat vrouwelijk tegenover de mannelijke Schepper. Die schepping is overspelig geworden en is een andere man (de satan) gaan dienen. Toch komt uit deze overspelige vrouw een nieuwe wereld voort. De wereld, waarin wij leven, is geboren uit de oorspronkelijke schepping. Dat is niet voldoende, want men moet wedergeboren worden, om behouden te worden. Dit gebeurt uiteindelijk via de Persoon van de Here Jezus Christus, Die een nieuwe schepping voortbrengt. Christus was Zelf de Eerste Die wedergeboren werd en wij zijn Hem gevolgd in de wedergeboorte.

 

Terug naar begin

Copyright © 201 www.bijbelstudie.nl. Auteur Ab Klein Haneveld. Alle rechten voorbehouden.
Bewerking lay-out www.eindtijdinbeeld.nl Auteur Melle Velema.