De bedeling van de volheid der tijden (nr. 6)

  1. De zesde bedeling uit Efeze 1
  2. Kenmerken van de zesde bedeling
  3. De tijdrekening van de profetie van Daniël 9
  4. De getallen 7 + 33
  5. Grote verdrukking
  6. Het overblijfsel
  7. Het getal 6
  8. De zesde dag
  9. De zesde stamvader
  10. De zesde vrucht
  11. Zijlijn 6

De zesde bedeling uit Efeze 1

De zesde bedeling wordt in Éfeze 1 "de bedeling van de volheid der tijden" genoemd. Deze bedeling komt in veel bedelingenschema’s niet voor. In Éfeze 1 wordt een opsomming gegeven van alle geestelijke zegeningen die de gelovige ontvangen heeft. De opsomming bestaat uit zeven geestelijke zegeningen.

 

Éfeze 1 : 9, 10

9 Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen, hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelven.

10 Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is;

 

Het eerste woordje van vers 10 "in" is de vertaling van het Griekse "eis" (eiz). "Eis" drukt een beweging uit die ergens in eindigt. Wij zeggen dan: "tot in", of "tot en met". Het gaat over hetgeen gebeurt "tot aan" en zelfs "tot in" de bedeling van de volheid der tijden. Wat dat is, staat er achter: "...alles tot één te vergaderen in Christus, beide dat in den hemel is, en dat op de aarde is". Het woordje "wederom" komt in het Grieks niet voor.

Verborgenheid naar openbaring (kiekeboe)

Éfeze 1 : 9 spreekt over de verborgenheid van Gods wil. De verborgenheid van Zijn wil was geen onvoorziene omstandigheid in het heilsplan van God. God had het wel degelijk zo gepland. Het is de vijfde geestelijke zegening. Dat houdt verband met de vijfde bedeling. Het gaat om iets, dat zich "tot in de bedeling van de volheid der tijden" voortzet. Het is de

periode voorafgaande aan de periode van de openbaring van het koninkrijk. Dit betekent dat het Messiaanse rijk, de zevende bedeling (de duizend jaar) niet de bedeling van de volheid der tijden kan zijn,want dat is niet meer verborgen, maar openbaar. De uitdrukking "de bedeling van de volheid der tijden" kan ook niet slaan op hetgeen ná de duizend jaar nog komt,want de nieuwe schepping maakt onderdeel uit van dat koninkrijk.

Het betekent dat de bedeling van de volheid der tijden vooraf moet gaan aan de duizend jaar. Deze bedeling moet ná de bedeling van de genade (de vijfde bedeling) liggen.

 

Hoelang duurt deze bedeling van de volheid der tijden? De problemen van de profetieën zijn namelijk niet de details, maar de juiste volgorde waarin de gebeurtenissen zullen plaatsvinden. Meestal wordt gezegd dat er ná de opname van de Gemeente nog zeven jaar verlopen tot aan het aanbreken van de duizend jaar. Dit baseert men op Daniël 9 : 24-27.

Het is in sommige kringen bekend dat de 70-ste week (van zeven jaar in plaats van zeven dagen) uit Daniël 9 nog moet komen. Die zeven jaar laat men (terecht!) beginnen bij de opname van de Gemeente. Aangezien men verder niets weet te plaatsen, concludeert men (ten onrechte) dat de duizend jaar ná die zeven jaar beginnen. Dan blijkt er echter niet

genoeg tijd te zijn voor alle genoemde profetieën. Meestal schaart men deze zeven jaar onder onze bedeling waardoor er helemaal geen ruimte overblijft voor de vervulling van de profetieën. In de Bijbel wordt bijvoorbeeld een periode genoemd waarin de 144.000 uit Israël het evangelie aan de volkeren der aarde zullen prediken (Openbaring 7 : 4). Het probleem is altijd geweest wanneer dit zal gebeuren. In de grote verdrukking (tweede helft 70-ste week) zullen de heidenen tegen Israël ten strijde trekken en Israël en Jeruzalem zullen vernietigd worden.

 

Zacharía 14 : 1-4

1 Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!

2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.

3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.

4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.

Zacharía 14 : 4 is een algemeen bekend vers. Men vergeet meestal de eerste drie verzen van dit hoofdstuk te lezen. Op het moment dat de Heer op de Olijfberg verschijnt, zal het gehele land en ook Jeruzalem zijn verwoest.

Zacharía 14 : 4 is een algemeen bekend vers. Men vergeet meestal de eerste drie verzen van dit hoofdstuk te lezen. Op het moment dat de Heer op de Olijfberg verschijnt, zal het gehele land en ook Jeruzalem zijn verwoest. Hoe kan de Schrift dan zeggen dat de vijanden op de bergen van Israël verslagen zullen worden? Wanneer gebeurt dat dan? Alle details zijn in boeken terug te vinden, maar de volgorde en de onderlinge samenhang worden niet gegeven. Dit komt omdat men de bedeling van de volheid der tijden niet kent. Deze bedeling ligt tussen de huidige (vijfde) bedeling van de genade en de zevende bedeling van het geopenbaarde koninkrijk op aarde.

 

Terug naar begin

Kenmerken van de zesde bedeling

De bedeling van de volheid der tijden is een korte bedeling die veertig jaren duurt en volgens Éfeze 1 : 10 deel uitmaakt van de verborgenheid. Er wordt gesproken over Gods wil om tot in de bedeling van de volheid der tijden alles tot één te vergaderen in Christus. "De verborgenheid" is niet hetzelfde als "de bedeling van de verborgenheid". De verborgenheid

heeft te maken met hetgeen God doet in de tijd dat het koninkrijk verborgen is. In 1 Petrus 1 : 10, 11 wordt ook gesproken over deze tijd, tussen de eerste en tweede komst van Christus:

 

1 Petrus 1 : 10, 11

10 Van welke zaligheid ondervraagd en onderzocht hebben de profeten, die geprofeteerd hebben van de genade, aan u geschied;

11 Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende.

 

Het lijden is in het verleden geweest, maar wanneer wordt de Christus verheerlijkt? De Schrift rekent een hele periode, waarin die verheerlijking tot stand komt. Zoals de eerste komst van de Here Jezus, in lijden en nederigheid, een periode was, zo is de tweede komst van Christus om (op aarde!) verheerlijkt te worden een periode. Die periode eindigt wanneer Christus op de troon Zijner heerlijkheid gezeten is als de Zoon des mensen (Matthéüs 25 : 31).

Dit is het tijdstip waarop alle volkeren der aarde aan de Koning zijn onderworpen en de satan gebonden wordt. Dan is alles op aarde aan Christus onderworpen en is de verborgenheid Gods vervuld (Openbaring 10:7). De tijd vanaf het einde van de eerste komst van de Here Jezus Christus tot aan het begin van de duizend jaren wordt in de Schrift omschreven als "de verborgenheid". In die tijd verlopen er twee bedelingen: de bedeling van de verborgenheid (ook "de bedeling van de genade" genoemd) en de bedeling van de volheid der tijden. De bedeling van de volheid der tijden mag niet verward worden met "de volheid des tijds".

 

Galaten 4 : 4

4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;

 

"De volheid des tijds" is de tijd waarin Christus (onder de wet) geboren is (Zijn eerste komst). "De bedeling van de volheid der tijden" is de naam voor de zesde bedeling en houdt dus verband met de tweede komst van de Heer. De 69ste week uit Daniël 9 eindigde bij de dood en opstanding van de Here Jezus Christus. De 70-ste week eindigt bij de opstanding van Israël. In de Bijbel wordt herhaaldelijk gezegd dat de opstanding van Christus na twee dagen (= op de derde dag) plaatsvindt (Matthéüs 16 : 21; Lukas 18 : 33; 1 Korinthe 15 : 4). Die twee dagen zijn eveneens op Israël van toepassing. Israël zal na twee dagen - op de derde dag - tot leven komen.

 

Hosea 6 : 1, 2

1 Komt en laat ons wederkeren tot den HEERE, want Hij heeft verscheurd, en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.

2 Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

 

Als Israël in het verleden tot geloof zou zijn gekomen, zouden deze twee dagen dezelfde zijn geweest als de twee dagen waarna de Here Jezus Christus opstond. Israël kwam toen niet tot geloof. Die twee dagen zijn daarom geen letterlijke dagen, maar twee dagen van elk duizend jaar.

 

2 Petrus 3 : 8

8 Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag.

Eén dag is bij de Heer als duizend jaar.Dit betekent niet dat het heel lang kan duren.

Eén dag is bij de Heer als duizend jaar.Dit betekent niet dat het heel lang kan duren. Petrus vervolgt namelijk met de mededeling dat duizend jaar bij de Heer als één dag is. Dit zou dan moeten betekenen dat het heel kort kan duren. Als dát de betekenis zou zijn, is dit een nietszeggend vers. Er verlopen twee dagen van duizend jaar tot aan de wederkomst van Christus en de bekering van Israël. Deze "twee" dagen komen ook bij Paulus voor.

 

Handelingen 28 : 28-30

28 Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen.

29 En als hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel twisting hebbenden onder elkander.

30 En Paulus bleef twee gehele jaren in zijn eigen gehuurde woning; en ontving allen, die tot hem kwamen;

 

Paulus zat twee jaar in Rome gevangen. Deze gevangenis komt overeen met de gevangenis van Jozef. Beide zijn een beeld van de Gemeente. De Gemeente bestaat uit gevangenen van Christus (vergelijk Éfeze 4 : 1; Filémon :9). Paulus zat twee jaar in Rome gevangen en predikte ongehinderd het evangelie. Hij predikte het evangelie aan allen die tot hem kwamen. De twee jaar staan model voor de tweeduizend jaar die voorbijgaan voordat Israël tot leven zal komen. De tweeduizend jaar slaan dus mede op de tijd van het ongeloof van Israël. Deze tweeduizend komen in Jozua 3 nadrukkelijk naar voren.

 

Jozua 3 : 3, 4

3 En zij geboden het volk, zeggende: Wanneer gij de ark des verbondsgedachte des HEEREN, uws Gods, ziet, en de Levietische priesters dezelve dragende, verreist gijlieden ook van uw plaats, en volgt haar na;

4 Dat er nochtans ruimte zij tussen ulieden en tussen dezelve, bij de twee duizend ellen in de maat; en nadert tot dezelve niet; opdat gij dien weg wetet, dien gij gaan zult; want gijlieden zijt door dien weg niet gegaan gisteren en eergisteren.

 

Israël moest door de Jordaan trekken, van Sittim naar Gilgal. Toen het volk de ark des Heren zag, moest zij de ark gaan navolgen. Er moest echter een ruimte van tweeduizend ellen tussen de ark en het volk zijn. De ark daalde af in de Jordaan,waardoor het volk de ark niet langer kon zien. Israël bevond zich op een afstand van tweeduizend ellen. Israël moest tweeduizend ellen "inlopen" om op dezelfde hoogte als de ark te komen.

Een "el" geeft een bepaalde maat aan. De ark is een type van Christus. De Here Jezus stierf en stond op uit de doden. Pas tweeduizend jaar later zal Israël zich in diezelfde positie bevinden en met Christus verenigd worden. De tweeduizend jaar slaan dus op de tijd waarin de Ark - Christus - voor Israël verborgen is. De berekening van de tweeduizend jaren is niet zo eenvoudig. In de eerste plaats moet de opstanding van Christus bekend zijn.

Naar mijn beste inzichten vond de opstanding plaats in het jaar 32 van onze jaartelling. Vanaf de opstanding verlopen tweeduizend jaren tot aan het einde van de 70-ste week. Het gaat om profetische jaren van 360 dagen. Voor een nauwkeurige berekening moet niet met jaren, maar met dagen worden gerekend. Vanaf de opstanding verlopen dus 2000 x 360 dagen (= 720.000 dagen) tot aan het einde van de 70-ste week van Daniël 9. Die 720.000 dagen moeten door 365,24 dagen worden gedeeld (= 1971,3065 jaren) vanwege de omzetting naar onze tijdrekening. Bij een nauwkeurige berekening blijkt dat het einde van de 70-ste week in het jaar 2003 A.D. valt.

 

Deze berekening is alléén correct als het jaar 32 A.D. correct is.

Dit jaartal is nooit te bewijzen, omdat het niet in de Bijbel voorkomt. Het einde van de 70-ste week valt volgens bovenstaande berekening in het jaar 2003. Hiervan moeten zevenmaal 360 dagen (= 2520 dagen) worden afgetrokken om aan het begin van de 70-ste week uit te komen. Het is uiteraard ook mogelijk om vanaf de opstanding van Christus 1993 x 360 dagen te tellen tot aan het begin van de 70-ste week. Het begin van de 70-ste week valt gelijk met het moment van de opname van de Gemeente. In hetzelfde jaar waarin de opname van de Gemeente plaatsvindt begint ook de 70-ste week. Terugrekenend vanaf 2003 is dat het jaar 1996. Deze berekening leert tevens dat het midden van de 70-ste week in het jaar 2000 A.D. valt. In het midden van de 70-ste week worden de twee getuigen uit Openbaring 11 gedood en wordt de gruwel der verwoesting opgericht (Daniël 9 : 27).

De vijfde bedeling duurt 1993 jaar van 360 dagen, gevolgd door de bedeling van de volheid der tijden die veertig jaar van 360 dagen duurt (zie de uitleg van "7 + 33"). Deze zesde bedeling heeft de functie om het koninkrijk, dat bijna 2000 jaar verborgen is geweest, op aarde te openbaren. Deze zesde bedeling heeft een verbindende functie. Dit wordt ook in het getal "zes" uitgedrukt. De verborgenheid wijst op het verborgen zijn van de Koning en dus ook op het verborgen zijn van het koninkrijk.

 

Openbaring 10 : 7

7 Maar in de dagen der stem des zevenden engels, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld zijn (= worden), gelijk Hij Zijn dienstknechten, den profeten, verkondigd heeft.

 

De verborgenheid wordt vervuld als de zevende engel (de laatste engel) zal bazuinen. Dit gebeurt aan het einde van de bedeling van de volheid der tijden.

De verborgenheid wordt vervuld als de zevende engel (de laatste engel) zal bazuinen. Dit gebeurt aan het einde van de bedeling van de volheid der tijden.

Openbaring 11 : 15

15 En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.

 

De vierentwintig oudsten zeggen in:

 

Openbaring 11 : 17

17 Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

 

"Heersen" is de vertaling van een woord dat aangeeft dat iemand de heerschappij op zich neemt. Bij de zevende bazuin is het koninkrijk op aarde gevestigd en dus ook geopenbaard. De verborgenheid eindigt met een volledige openbaring van het koninkrijk. De "bedeling van de verborgenheid" eindigt aan het einde van de vijfde bedeling. De "verborgenheid" eindigt aan het eind van de zesde bedeling.

De gelijkenissen spreken over de verborgenheid van het koninkrijk der hemelen. Zij hoeven dus niet alleen op de Gemeente van toepassing te zijn, maar ze kunnen ook over Israël en de volkeren spreken. Men andere woorden: ze kunnen zowel op de vijfde als de zesde bedeling betrekking hebben. Zij eindigen in ieder geval bij de vestiging van het koninkrijk op aarde. De "parel" spreekt bijvoorbeeld over de Gemeente, terwijl de "schat in de akker" over Israël spreekt. De vissen in het net zijn een beeld van de volkeren (Matthéüs 13 : 44-48).

 

Terug naar begin

De tijdrekening van de profetie van Daniël 9

De bedeling van de volheid der tijden valt in twee delen uiteen. Het eerste deel heeft met Israël te maken en beslaat een periode van 7 jaar. Het tweede deel heeft met de volkeren te maken en beslaat een periode van 33 jaar. De tegenwoordige bedeling, die met de Gemeente te maken heeft, ging hieraan vooraf. Voor het tijdrekenkundig aspect moeten we naar Daniël 9. Daniël had de profetieën van Jeremia bestudeerd.

Daniël 9 : 2

2 In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig

jaren was.

 

Er zou een verwoesting over het land en over de stad zijn die 70 jaar zou duren. Het gaat hier niet over de ballingschap! Elk zevende jaar was een sabbatsjaar en in dat jaar mocht het land niet bebouwd worden (Leviticus 25 : 2-23). Het land had 490 jaar geen sabbatsjaren gevierd (7 x 70). Daarom heeft de Heer het land 70 jaar braak gelegd. God verwoestte het land voor 70 jaar en dat werd door Jeremia aangekondigd.

 

Jeremia 7 : 34

34 En Ik zal uit de steden van Juda en uit de straten van Jeruzalem doen ophouden de stem der vrolijkheid en de stem der vreugde, de stem des bruidegoms en de stem der bruid; want het land zal tot een verwoesting worden.

 

Daniël las dat en hij berekende wanneer deze periode zou ophouden. Hij wist dat deze dingen onder bepaalde voorwaarden zouden plaatsvinden. Ten eerste moest het de bestemde tijd zijn en ten tweede moest Israël tot bekering komen. Daniël rekende de tijd uit en deed vervolgens belijdenis van de zonden van zijn volk. Daniël kwam - namens zijn volk - tot bekering. In de geschiedenis van Israël staat dat ze  zich tot de Heer zal bekeren. Het zal gepaard gaan met berouw en ze zal belijdenis doen van haar zonden. Na 3500 jaren zal zij toegeven dat zij de wetten van de Heer niet heeft gehouden. Als zij de Heer heeft aangeroepen zal God Zijn beloften aan Israël vervullen.

 

Joël 2 : 32

32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.

 

Daniël kreeg een nieuwe profetie; niet over 70, maar over 7 x 70 jaar.

 

Daniël 9 : 24

24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en

om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

 

Dit is een profetie over tijd. Eerst moeten we de feiten kennen om vervolgens te weten wanneer die feiten zullen plaatsvinden. Daniël had er geen persoonlijk belang bij, maar hij was geïnteresseerd in het Woord en het werk van God. Deze tijdrekening gaat alleen over de twee stammen en over Jeruzalem. Er staat "zeventig zevens". Leviticus 25 : 8 spreekt over een "jaarweek":

 

Leviticus 25 : 8

8 Gij zult u ook tellen zeven jaarweken, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen der zeven jaarweken u negen en veertig jaren zullen zijn.

 

In het Hebreeuws staat niet "zeven jaarweken", maar "zeven weken van jaren". Het wordt ook genoemd in:

 

Genesis 29 : 27

27 Vervul de week van deze; dan zullen wij u ook die geven, voor den dienst, dien gij nog andere zeven jaren bij mij dienen zult.

 

De Bijbel verklaart Zelf dat een week heel goed zeven jaar kan beslaan. In Daniël 9 gaat het om 70 weken. Dat zijn 490 jaren. Na 490 jaren zal het koninkrijk van Christus worden opgericht. Het zalven van de heiligheid der heiligheden is een beeld van het zalven van Christus. Wanneer begonnen die 490 jaar?

 

Daniël 9 : 25

25 Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

 

De tijd van de 490 jaar (70 weken) startte vanaf het officiële moment dat men schriftelijk of mondeling toestemming kreeg om weder te keren uit de ballingschap. Er zouden eerst 7 en 62 weken verlopen. Dit komt overeen met 7 + 62 = 69 x 7 = 483 jaren tot op Messias de Vorst.

Vervolgens zouden er nog zeven jaar moeten verlopen. De tijdrekening begon "bij de uitgang des woords om te doen wederkeren en Jeruzalem te bouwen". Dit "woord" vinden we in Nehemía. Dat was in het twintigste jaar van koning Arthahsasta.

 

Nehemía 2 : 1

1 Toen geschiedde het in de maand Nisan, in het twintigste jaar van den koning Arthahsasta, als er wijn voor zijn aangezicht was, dat ik den wijn opnam, en gaf hem den koning; nu was ik nooit treurig geweest voor zijn aangezicht.

 

Het twintigste jaar van Arthahsasta was het jaar 445 vóór onze jaartelling (of: - 444!). Nehemía 2 : 1 zegt dat het in de maand nisan was. Wanneer er niets bij vermeld wordt, heeft het altijd te maken met de eerste dag van de maand die genoemd wordt; hier dus de eerste dag van de eerste maand. Vanaf 1 nisan van het jaar 445 vóór onze jaartelling (= - 444) is het 69 jaarweken tot op Messias de Vorst. Exact uitgerekend komt dit - tot op de dag nauwkeurig - uit op de dag van de zogenaamde "intocht in Jeruzalem". Dit was de enige keer dat de Here Jezus als Eerste/ Vorst - als Rechthebber - op de troon verscheen. Het wordt ten onrechte "de intocht in Jeruzalem" genoemd, want de tocht eindigde op de Olijfberg en niet in Jeruzalem. De Heer weende over de stad.

 

Lukas 19 : 42

42 Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.

 

Dit alles vond precies één week vóór de opstanding van de Heer plaats; dus ook op een zondag (bij ons nog bekend als Palmpasen). Deze zondag was de laatste dag van de 69 weken van Daniël. Dit was op 10 nisan van het jaar 32; de dag waarop Israël het paaslam in huis moest nemen. 10 Nisan komt overeen met 6 april 32 na Chr., terwijl 1 nisan 445 vóór onze jaartelling overeenkomt met 14 maart van dat jaar op onze kalender. Nu is uit te rekenen hoeveel jaren er tussen deze twee data liggen. Het zou 483 jaar moeten zijn, namelijk 69 x 7 jaar.

·         445 jaar + 31 (volle) jaren = 476 jaar; normale kalenderjaren.

·         Dat is van 1 nisan 445 tot 1 nisan 32 = 476 x 365 dagen = 173.740 dagen. Let wel: het jaar "nul" bestaat niet!

Dat komt overeen met de tijd van 14 maart 445 tot 14 maart 32. We moeten naar 6 april. Er komen dus nog 24 dagen bij. We moeten ook nog rekening houden met schrikkeldagen. Elk vierde jaar komt er één schrikkeldag bij: 476 : 4 = 119. Van de vier eeuwjaren is er slechts één een schrikkeljaar. Voor elke 400 jaar zijn dus 3 dagen teveel gerekend. In 476 jaar zijn drie dagen teveel gerekend: 119 - 3 = 116 schrikkeldagen. Totaal krijgen we 173.740 + 24 + 116 = 173.880 dagen vanaf de uitgang des woords om te doen wederkeren tot op Messias de Vorst.

Die 173.880 dagen moesten 483 profetische jaren van 360 dagen zijn: 483 x 360 = 173.880 dagen!

14-3-445 - 14-3-32   = 476 jaar van 365 dagen = 173.740 dagen

14-3- 32 - 6-4-32     = 24 dagen

schrikkeldagen        = 116 dagen

--------------------------

Totaal                             = 173.880 dagen

 

Op de dag van de zogenaamde "intocht in Jeruzalem" waren de 483 jaren exact om. Vanaf dat moment waren er nog zeven jaren te gaan tot aan de vestiging van het koninkrijk. Die zeven jaren liggen nog steeds in de toekomst, omdat de tijdrekening na de 69 weken werd onderbroken. Voordat de 70-ste week aanbreekt gebeurt er eerst nog iets anders.

Dit wordt ná de 69-ste en vóór de 70-ste week genoemd. De "intocht" viel precies zeven dagen vóór de opstanding van Christus. Op 17 nisan, de dag van de opstanding van de Here Jezus Christus, begon de vijfde bedeling.

Daniël 9 : 26

26 En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.

 

Dit wordt ná de 69-ste en vóór de 70-ste week genoemd. De "intocht" viel precies zeven dagen vóór de opstanding van Christus. Op 17 nisan, de dag van de opstanding van de Here Jezus Christus, begon de vijfde bedeling. Die valt in de onderbreking tussen de 69-ste en de 70-ste week. Op dat moment werd de klok van/voor Israël stil gezet. Die klok staat nog steeds stil! Daniël 9 : 27 is nog steeds toekomst.

 

Daniël 9 : 27

27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

 

Er staat letterlijk: "En hij zal met de velen... ". Deze vorst zal met de velen een sterk verbond maken. Bij "de velen" gaat het om de staat Israël. Bij de bekrachtiging van dat verbond begint de 70-ste week. Deze laatste periode van zeven jaar wordt in twee helften van 3 1/2 jaar verdeeld. Deze 3 ½ jaar wordt op verschillende manieren in de Bijbel genoemd.

 

Daniël 7 : 25

25 En het zal woorden spreken tegen den Allerhoogsten, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren, en het zal menen de tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in deszelfs hand overgegeven worden tot een tijd, en tijden, en een gedeelte eens tijds.

 

Het gaat hier om een tijd (1 tijd), tijden (2 tijden) en een deel van een tijd (1/2 tijd). Totaal wordt hier dus over 3 1/2 tijd gesproken (vergelijk Openbaring 12 : 14).Verder wordt de periode van 3 1/2 jaar aangeduid met "duizend tweehonderdzestig dagen" (Openbaring 11 : 3; 12 : 6) en "tweënveertig maanden" (Openbaring 11 : 2; 13 : 5). Het kan zowel op de eerste als de tweede deel van de 70-ste week slaan.

Er wordt een verbond gesloten tussen de vorst uit de eindtijd (= de koning van Babel = het beest uit de zee) en de staat Israël. In het midden van de week wordt dat verbond verbroken. De koning van Babel zal het slachtoffer en spijsoffer doen ophouden.

 

Daniël 8 : 10-12

10 En hij werd groot tot aan het heir des hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze.

11 Ja, hij maakte zich groot tot aan den Vorst diens heirs, en van Denzelven werd weggenomen het gedurig offer, en de woning Zijns heiligdoms werd nedergeworpen.

12 En het heir werd in den afval overgegeven tegen het gedurig offer; en hij wierp de waarheid ter aarde; en deed het, en het gelukte wel.

 

In de eerste helft van die zeven jaar zal er (schijn)vrede zijn. In de tweede helft grote verdrukking: "de tijd der benauwdheid van Jakob".

 

Jeremia 30 : 7

7 O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.

 

Terug naar begin

De getallen 7 + 33

De zesde bedeling duurt 40 jaar en bestaat uit een periode van 7 jaar, gevolgd door een periode van 33 jaar.

 

Openbaring 12 : 1-4

1 En er werd een groot teken gezien in den hemel; namelijk een vrouw, bekleed met de zon; en de maan was onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren;

2 En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren.

3 En er werd een ander teken gezien in den hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden.

4 En zijn staart trok het derde deel der sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben.

 

Deze toekomstige wereldmacht wordt hier uitgebeeld door een rode draak met zeven hoofden, die zeven achtereenvolgende wereldrijken voorstellen:

  1. 1.    Egypte

  2. 2.    het Assyrische rijk

  3. 3.    het Babylonische rijk

  4. 4.    het Medo-Perzische rijk

  5. 5.    het Griekse rijk

  6. 6.    het Romeinse rijk

  7. 7.    de tien-statenbond

De tien hoornen staan uiteraard op het zevende hoofd. Ze zijn een uitbeelding van het laatste wereldrijk.

De tien hoornen staan uiteraard op het zevende hoofd. Ze zijn een uitbeelding van het laatste wereldrijk. Een hoorn staat voor macht en koningschap. Een koninklijke hoed beeldt hetzelfde uit. De tien hoornen

staan voor tien "staten" die zich met elkaar zullen verenigen. De draak stond voor de vrouw. Deze draak wordt ook in Daniël 7 : 19 (het vierde dier) en Openbaring 13 : 1 (het beest uit de zee) genoemd. Deze draak is een weergave van de "tijden der heidenen". Het is een weergave van de wereldrijken uit de heidenen die achtereenvolgens aan de macht geweest zijn sinds de dagen dat de macht van het huis van David weggenomen is en aan Babel gegeven is. Bij Babel werd de mensheid in volkeren verdeeld (Genesis 11 : 6-9). Alle volkeren hebben hun oorsprong in Babel. Toen het koninkrijk van Israël werd weggenomen,werd het teruggegeven aan degene die er de meeste rechten op kon laten gelden, namelijk aan Babel.

 

De nadruk komt hier op het laatste wereldrijk te liggen. Via de tien hoornen wordt de nadruk op het zevende wereldrijk gelegd. De draak heeft daarom ook zeven hoofden. De tien hoornen horen op het zevende

hoofd. Het gaat om een vereniging van tien staten, een tien-statenbond. Die tien-statenbond bevindt zich in het Midden-Oosten. De vrouw is een omschrijving van Israël; bekleed met de zon, maan en

sterren (vergelijk Genesis 37 : 9, 10). Openbaring 12 : 5 is de sleutel tot de verklaring van dit hoofdstuk:

 

Openbaring 12 : 5

5 En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou (= zal) hoeden met een ijzeren roede; en haar kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.

 

Het beest vertegenwoordigt de wereldmacht van die dagen. De Here Jezus hééft de draak (de satan) overwonnen. Aan de Here Jezus Christus is alle macht gegeven, in hemel en op aarde (Matthéüs 28 : 18). Hier wordt van de mannelijke zoon gezegd dat hij voor het naderende gevaar wordt weggerukt. Dit kan van de Here Jezus Christus niet gezegd worden, want Hij is niet voor het gevaar weggerukt. Hij heeft het gevaar overwonnen!

Het Griekse woord (arpazw - harpazo), dat hier met "wegrukken" is vertaald, wordt in 1 Thessalonicenzen 4 : 17 eveneens genoemd (vertaald met "opnemen"). Het wordt daar van toepassing gebracht op "de opname van de Gemeente". De mannelijke zoon die hier wordt weggerukt is dus een omschrijving van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Het Hoofd, Christus, is al geboren; het lichaam moet nog geboren worden. Hoe gaat het verder met die vrouw?

 

Openbaring 12 : 6

6 En de vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij een plaats had, haar van God bereid, opdat zij haar aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen.

 

De vrouw vlucht naar de woestijn. Ze wordt daar 1260 dagen gevoed (vergelijk ook Matthéüs 24 : 15-21). De grote verdrukking voor Israël (de tweede 3 1/2 jaar) zal komen vanaf het moment dat "de gruwel der verwoesting" gezien wordt. Wanneer men dit ziet gebeuren heeft men de laatste kans om uit de joodse staat te vluchten. In Openbaring 12 staat dat de vrouw naar de woestijn vlucht nadat haar kind geboren is. Dat moet dus vóór de oprichting van de gruwel der verwoesting zijn. D.w.z.: in de eerste helft van de 70-ste week. Ook in de tweede 3 1/2 jaar wordt de vrouw in de woestijn onderhouden. Zij heeft daar een plaats "haar van God bereid". Daaruit volgt dat de grote verdrukking pas ná de opname van de Gemeente begint. Na de opname (geboorte) vlucht de vrouw naar de woestijn. In Leviticus 12 wordt beschreven wat een vrouw na de geboorte van een zoon moet doen.

 

Leviticus 12 : 1-4

1 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

2 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Wanneer een vrouw zaad gegeven, en een knechtje gebaard zal hebben, zo zal zij zeven dagen onrein zijn; volgens de dagen der afzondering harer krankheid zal zij onrein zijn.

3 En op den achtsten dag zal het vlees zijner voorhuid besneden worden.

4 Daarna zal zij drie en dertig dagen blijven in het bloed harer reiniging; niets heiligs zal zij aanroeren, en tot het heiligdom zal zij niet komen, totdat de dagen harer reiniging vervuld zijn.

 

Wanneer een vrouw een mannelijke zoon (een knechtje) baart zal zij zeven dagen onrein zijn. De vrouw is in hoogste instantie een beeld van Israël. Het knechtje is onder andere een beeld van de Gemeente en de zeven dagen staan model voor de zeven jaar die volgen op de opname van de Gemeente. De zeven dagen van de onreinheid van de kraamvrouw zijn dus een type van de 70-ste week. In de 70-ste week is Israël onrein. Ze is ongelovig en nog niet in het koninkrijk geplaatst. Op de achtste dag zal het knechtje besneden worden. Bij de besnijdenis wordt de omhulling (de voorhuid) weggenomen. Wat onder de voorhuid verborgen was, wordt openbaar gemaakt. De besnijdenis is daarom een beeld van de openbaring van Christus, de Opgestane.

Israël werd geacht bij de uittocht uit Egypte reeds leven te hebben ontvangen en daarom werd het volk (al wat mannelijk was) besneden. Als Israël ongelovig is heeft de besnijdenis geen betekenis. De besnijdenis is ook een beeld van dood en opstanding. Het wegnemen van de voorhuid, het vlees, is een beeld van de dood en van de kruisiging van de Here Jezus. Door het wegnemen van het vlees wordt iets openbaar dat tot dan toe verborgen was. Dit wijst op de opstanding. Het wijst op het wegnemen van het oude leven (= de buitenkant, de uitwendige mens) en het openbaar worden van het nieuwe leven (= de nieuwe mens, de inwendige mens). Na de besnijdenis was de vrouw nog 33 dagen onrein. Zij mocht niets heiligs aanraken en ze mocht niet tot het heiligdom komen. Dit betekent dat de situatie van de 70-ste week ná die 70-ste week nog voortduurt. De zeven dagen van onreinheid uit Leviticus 12 : 2 staan model voor de zeven jaren van de 70-ste week. De 33 dagen die erop volgen staan model voor 33 jaar die uiteraard ná de zeven jaar van de 70-ste week verlopen.

 

De zeventig weken zijn alléén bestemd voor "uw volk en uw heilige stad" (Daniël 9 : 24).

De zeventig weken zijn alléén bestemd voor "uw volk en uw heilige stad" (Daniël 9 : 24). Aan het eind van die zeventig weken zal Israël tot geloof zijn gekomen. Aan het begin van de duizend jaar zullen alle volkeren tot geloof zijn gekomen. Dit betekent dat er tussen de 70-ste week en het aanbreken van de duizend jaar een bepaalde tijd moet verlopen waarin de overige volken tot geloof zullen komen. Vanuit de typologie van Leviticus 12 valt te concluderen dat die periode 33 jaar zal duren. Gedurende die 33 jaren zullen de 144.000 Israëlieten het evangelie aan alle volkeren prediken. Dit kunnen zij uiteraard pas doen wanneer zij zelf tot geloof gekomen zijn. Dat gebeurt pas aan het einde van de 70-ste week, hetgeen inhoudt dat de 144.000 ná de 70-ste week zullen prediken. De duizend jaren beginnen met alleen gelovigen en dit betekent dat zij vóór het aanbreken van de duizend jaren moeten prediken. Er zit dus ruimte tussen de 70-ste week en de duizend jaar. Gedurende de 33 jaren zal Israël onrein zijn. Zij zal niets heiligs aanraken en tot het heiligdom zal zij niet komen.

 

Dit betekent dat de tempel gedurende de 33 jaar niet gebouwd zal worden. De tempel wordt pas gedurende de duizend jaar gebouwd. Als een vrouw bevallen is, is zij zeven dagen onrein. Dit gaat natuurlijk in op de dag waarop het kind geboren is. Op de achtste dag moet er iets met de zoon gebeuren: hij moet besneden worden. De achtste dag is tevens de eerste dag van de nog volgende 33 dagen. We kunnen Leviticus 12 en Openbaring 12 dan ook naast elkaar leggen: De vrouw is direct na de geboorte zeven dagen onrein: de 70-ste week van Daniël. Dat wil zeggen: de 70-ste week begint met de opname van de Gemeente! Aan het eind van de 70-ste week zal Israël tot geloof komen (= wedergeboren worden). Hiervan is de besnijdenis op de achtste dag een beeld.

 

Bovendien wordt voor Israël de omhulling weggenomen, waardoor het verborgene zichtbaar wordt. De Heer zal Zich namelijk aan het eind van de 70-ste week aan Israël openbaren. Zij zullen "zien Wie ze doorstoken hebben" (Zacharía 12 : 10). Volgens Leviticus 12 is de vrouw na de 7 dagen nog 33 dagen onrein. Als de 7 dagen voor 7 jaar staan, dan is dat met de 33 dagen ook het geval. Na de 70-ste week volgt dus nog een periode van 33 jaar. In die tijd mag de vrouw niets heiligs aanraken: ze mag zich niet in godsdienstige aangelegenheden wikkelen. Dat wil zeggen dat er in de toekomst een afstand zal zijn tussen de Heer en Israël. Tevens houdt het in dat Israël gedurende die tijd de tempel niet zal (her)bouwen. De 70-ste week eindigt met de verwoesting van Jeruzalem. Als er al een tempel stond, dan is die dán in ieder geval ook vernietigd. De totale tijd van de zesde bedeling is dus 7 + 33 = 40 jaar. Deze 7 en 33 komen we vaker in de Bijbel tegen.  

 

zie zijlijn 6

 

Terug naar begin

Grote verdrukking

De 69 weken beginnen bij een uitgang des woords (een gebod). De 70-ste week begint ook bij een uitgang des woords. Het verbond handelt over een periode van zeven jaar. Israël heeft een verbond met de

vijand gesloten en verwacht van hen steun. De eerste 3 1/2 jaar is er vrede, maar juist dán dreigt er gevaar, want het is geen vrede van God (1 Thessalonicenzen 5 : 3). Na 3 1/2 jaar wordt er een afgodsbeeld opgericht (Matthéüs 24 : 15). Dat afgodsbeeld wordt dus precies in het midden van de zeven jaren opgericht. Daarna volgen er 3 1/2 jaar van verdrukking. Deze laatste 3 1/2 jaar van verwoesting, verdrukking en toorn zijn alléén voor Israël; niet voor de andere volkeren.

De grote verdrukking

De grote verdrukking begint halverwege de 70-ste week, maar houdt aan het eind van de 7 jaar niet op. De verdrukking houdt alléén voor Israël op. Voor de overige volkeren loopt  die verdrukking daarna nog 33 jaar door. De verdrukking voor Israël is dus beperkt tot 1260 dagen. Dat staat ook in Matthéüs 24. De dagen worden alléén voor de uitverkorenen verkort tot 1260 dagen (vergelijk Matthéüs 24 : 21, 22). Aan het eind van de 70-ste week zal Israël zich bekeren. Zij zal de Naam des Heren aanroepen. Dán verschijnt de Heer ten behoeve van Israël op de Olijfberg (Zacharía 14 : 4). Aan het eind van de 33 jaar hebben alle volken zich aan Christus onderworpen. Dan zal Christus verschijnen op de troon Zijner heerlijkheid (Matthéüs 25 : 31). Wie zich niet aan de Here Jezus Christus heeft onderworpen (in geloof!) zal worden gedood.

Schematisch:

 

Als Christus wederkomt is Hij niet altijd en voor iedereen zichtbaar. Christus zal zichtbaar aan de Gemeente verschijnen; in de lucht. Dat is feitelijk de afsluiting van de vijfde bedeling en het begin van de zesde

bedeling. Zijn wederkomst ("parousia") begint feitelijk met de opname (letterlijk: wegrukking) van de Gemeente (het lichaam van Christus). De Here Jezus Christus zal Zich zichtbaar vertonen aan de Gemeente. Dat is bij de opname van de Gemeente.Hij is dan alleen zichtbaar voor de gelovigen. Hij zal vervolgens na 7 jaar zichtbaar op de Olijfberg verschijnen. Aan het eind van de zesde bedeling (na 33 jaar) zal Hij zichtbaar verschijnen op de troon Zijner heerlijkheid. In de tussenliggende tijd verschijnt Hij soms - net als na Zijn opstanding - aan gelovigen.

 

Terug naar begin

Het overblijfsel

Aan het einde van de 70-ste week zullen diegenen die in Israël over zijn gebleven (het overblijfsel) de Heer aanroepen. De Heer zal dan op de Olijfberg verschijnen.

 

Zacharia 14 : 4

4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.

 

Eerst wordt de staat Israël opgebouwd en worden er 144.000 Israëlieten verzegeld om het evangelie uit te dragen over de gehele wereld.

De Olijfberg zal scheuren en diegenen die in Jeruzalem nog in leven zijn, zullen door de gescheurde Olijfberg kunnen vluchten. Op dat moment is de gehele staat verwoest en is ook geheel Jeruzalem verwoest. Diegenen die door de Olijfberg gevlucht zijn, zullen naar Petra (= Sela) vluchten. Dáár zullen zij de Heer ontmoeten. Vanuit Petra zal het gelovig overblijfsel - onder aanvoering van de Heer Zelf - optrekken naar het land. Het land zal in bezit genomen worden. Het gehele land is dan een puinhoop. Men zal bijvoorbeeld zeven maanden nodig hebben om alle lijken te begraven (Ezechiël 39 : 12). Er is dan nog geen sprake van een koninkrijk, dat over de gehele aarde is gevestigd. Eerst wordt de staat Israël opgebouwd en worden er 144.000 Israëlieten verzegeld om het evangelie uit te dragen over de gehele wereld. Pas aan het einde van de 33 jaren zal het koninkrijk over de gehele aarde gevestigd zijn. Aan het eind van de 70-ste week zijn de ongelovigen uit de joodse staat weggenomen (naar het dodenrijk). Aan het eind van de 33 jaar worden de ongelovigen (uit alle volken) van de aarde weggenomen (eveneens naar het dodenrijk). Bij en in de zesde bedeling vindt er dus scheiding plaats tussen gelovigen en ongelovigen. Bij het begin van de zesde bedeling (ofwel: het einde van de vijfde bedeling) worden alle gelovigen opgenomen, de Heer tegemoet in de lucht (1 Thessalonicenzen 4 : 13-18). De ongelovigen blijven op aarde achter. Aan het einde van de 70-ste week wordt Israël (als staat) wedergeboren.

 

Wie niet tot geloof komt zal worden gedood. Aan het einde van de zesde bedeling is de gehele mensheid tot geloof gekomen. Diegenen die weigeren tot geloof te komen, zijn gedurende de zesde bedeling gedood of worden aan het eind van de zesde bedeling gedood (Matthéüs 25 : 31 v.v.). Deze oude schepping wordt gedurende de zesde bedeling onder één Hoofd samengebracht. In de zesde bedeling gaat het om een deel dat geweest is en dat nog komen moet. Men rekent de zesde bedeling soms tot de bedeling van de wet vanwege het typisch joodse karakter. Dat kan echter niet, want de wet is aan het kruis in/door de Here Jezus vervuld. De zesde bedeling eindigt voor Israël eerder dan voor de overige volkeren.

 

Schematisch:

 

 

 

 

Terug naar begin

Het getal 6

Het Hebreeuwse woord "waw", de "zes" (w), betekent "haak". De "zes" heeft de functie van voegwoord: het haakt twee dingen aan elkaar. De zesde bedeling haakt twee verschillende bedelingen en eeuwen aan

elkaar. De vijf voorgaande bedelingen worden aan de zevende bedeling gekoppeld. De "zes" is het getal van de mens. De mens werd dan ook op de zesde dag geschapen. Daardoor is het ook het getal van de Zoon des mensen. Deze uitdrukking "Zoon des mensen" is de vertaling van het Hebreeuwse "ben adaam" dat "Zoon van Adam" betekent (o.a. Psalmen 8 : 5). Adam werd op de aarde geplaatst om haar te onderwerpen en over haar te heersen. De taak van de "zes" als voegwoord is de verbinding tot stand brengen. De taak van Adam is overgegaan op de Erfgenaam van Adam: Christus. Hij brengt de verbinding tot stand. God heeft in Christus de wereld met Zich verzoend (2 Korinthe 5 : 19). Christus is de "zes", de Middelaar. Matthéüs 24 : 30 spreekt over het teken van de Zoon des mensen. Dat is mijns inziens de Davidster. Het getal "666" is het getal van een mens die meent dat hij zich de positie van de Here Jezus Christus kan toeëigenen (Openbaring 13 : 18).

 

Terug naar begin

De zesde dag

De "zes" bergt evenals de "drie" een dubbelheid in zich. Het is op te vatten als de tweede serie van drie. Bij de derde dag sprak God tweemaal. In verbande met de zesde dag gebeurt dit eveneens.

De zesde dag

 

Genesis 1 : 24-31

24 En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.

25 En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

28 En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!

30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.

31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

 

Op de zesde dag werd de mens geschapen om over (alles op) de aarde te regeren. Adam was de eerste vorst/koning. Daarom noemt men de mens wel "de kroon der schepping". Dé Kroon der schepping is dé Zoon des mensen, de Here Jezus Christus. Adam verscheen op de zesde dag en de Zoon van Adam verschijnt in de zesde bedeling. Christus zal dan als Koning verschijnen en Zijn koninkrijk oprichten.

De mens was oorspronkelijk een afbeelding van God (Genesis 1 : 26, 27). Van de zoon van Adam wordt na de zondeval gezegd dat hij naar het beeld van Adam was.

 

Genesis 5 : 3

3 En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam Seth.

 

Dé Mens - Christus - is de Beelddrager Gods. De natuurlijke mens draagt het beeld van Adam.

 

1 Korinthe 15 : 49

49 En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.

 

De wedergeboren mens wordt geacht het beeld van Christus te dragen.

 

Romeinen 8 : 29

29 Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.

 

De mens is van nature een zondaar en geen beelddrager Gods. Wanneer iemand tot geloof komt, wordt hij aan het beeld van de Zoon gelijkvormig. Pas dan is hij beelddrager Gods.

 

Terug naar begin

De zesde stamvader

De zesde stamvader is "Jered".

 

Genesis 5 : 16

16 En Mahalal-el leefde, nadat hij Jered gewonnen had, achthonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.

 

"Jered" betekent "Ik zal afdalen". Men zegt bij Jered dat het om de val van de mens gaat, een vernedering. "Afdalen" kán een vernedering zijn. In de zesde bedeling vinden we met betrekking tot het nederdalen een dubbele toepassing. Er dalen er twee af, namelijk de satan (dat afdalen is inderdaad een vernedering) en Christus. "Jered" (ddl = 10-200-4 = 214) heeft dezelfde getalswaarde als het Hebreeuwse woord "ruach" (xdd = 200-6-8 = 214) dat "geest" betekent. De Zoon des mensen daalt af, maar van de Heilige Geest wordt iets dergelijks eveneens gezegd.

 

Joël 2 : 28

28 En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;

 

Terug naar begin

De zesde vrucht

Olie is beeld van de Geest en dat heeft alles te maken met de zesde vrucht.

 

Deuteronomium 8 : 8

8 Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;

De Olijfboom

De olijfboom is een beeld van Christus. De olijf brengt olie voort. Dit gebeurt door uitpersing; een proces van lijden/verdrukking. Olie is een beeld van "licht" en "warmte". Daarmee is het een beeld van God Zelf. Olie is tevens een beeld van de Heilige Geest. De Geest wordt uitgestort als gevolg van de verdrukking. Zelfs de uitstorting van de Heilige Geest in het begin van Handelingen was het resultaat van de verdrukking, namelijk de verdrukking van de Here Jezus Zelf. De mens ontvangt de Geest op het moment dat hij tot geloof komt. Op dat moment geeft hij zijn oude leven op. Dit gaat gepaard met verdrukking van de oude mens.

Paulus roemt in de verdrukking vanwege de vrucht die dan voortgebracht wordt. Het brengen van van God brengt licht, maar het brengt tevens lijden met zich mee. De olijfboom wordt onder meer in Romeinen 11 genoemd. Daar staat de olijfboom voor de zegeningen die aan Israël beloofd zijn. Deze liggen vast in het Zaad van Abraham. De zegeningen van Israël zijn tot de heidenen gekomen door het proces van enten van takken op de goede olijfboom. De profetieën/beloften aan Abraham zijn niet vervuld in de Gemeente, maar hebben een toepassing gevonden in de Gemeente. In de toekomst vinden we de vervulling van deze profetie. De toepassing in Romeinen 11 heeft met de wording van het Lichaam van Christus te maken.

 

In de zesde bedeling zal er een overvloed aan olie zijn. In de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze maagden is het de schuld van de dwaze maagden zelf dat ze geen olie hebben. De maagden moesten de olie bij de verkoper halen. Deze verkoper is Israël, want aan Israël zijn de zegeningen beloofd. De heidenen zijn van Israël afhankelijk. De dienstknechten die in de periode van de 33 jaar worden uitgezonden om het evangelie van het koninkrijk te prediken, zullen bij machte zijn de Heilige Geest (door middel van handoplegging) over te dragen.

De olijfboom is hét beeld van leven. Deze boom sterft alleen door een ziekte. Een verouderingsproces bestaat bij de olijfboom niet. De olijfboom is dus een beeld van eeuwig leven. Zolang de olijfboom leeft, draagt hij vrucht. Er bestaan olijfbomen die duizenden jaren oud zijn en nog steeds vrucht dragen. De essentie van de olijfboom is "vettigheid" (Romeinen 11 : 17).Vet heeft altijd met de nieuwe schepping te maken: dat wat hier overcompleet is. Het vet was bij de offers altijd voor de Heer bestemd. In de Bijbel staan recepten voor het bereiden van heilige olie (Exodus 30 : 23-33) en voor het bereiden van reukwerk. Wie dat zou namaken of er aan zou ruiken, zou uitgeroeid worden uit zijn volk.

 

Exodus 30 : 34-38

34 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.

35 En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.

36 En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.

37 Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.

38 De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.

 

Gelovigen hebben er wél aan geroken en kennen die geur, met als gevolg de dood van de oude mens. De dood heeft zo een positieve betekenis.

 

Romeinen 6 : 7

7 Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde.

 

Wie gestorven is, is gerechtvaardigd van de zonde. Eén is voor allen gestorven en dus is de gehele mensheid voor God gestorven. Daarmee heeft men echter nog geen nieuw leven ontvangen. Dat ontvangt men

pas wanneer men tot geloof in de Here Jezus Christus komt; tijdens zijn aardse leven! Wie gelooft in het volbrachte werk van de Here Jezus Christus ontvangt eeuwig leven. Daarvan is de olijfboom een beeld.

Olijfolie wordt voor veel doeleinden gebruikt:

 

- zalving

- de bereiding van voedsel

- het impregneren van muziekinstrumenten (= bescherming)

- verzorging van wonden (verzachtende en genezende werking)

- verwarming

- verlichting

 

Deze doeleinden zijn allemaal een type van de Here Jezus Christus.

 

Terug naar begin

Zijlijn 6

In de serie "Bijbelstudie" gaan de studies "7 + 33" en "Tijden en gelegenheden", dieper in op de getallen 7 + 33 in de Bijbel. Deze Bijbelstudies zijn verkrijgbaar via Vlichtus Bijbelinformatie. Via de website www.vlichthus.nl en www.eindtijdinbeeld.nl zijn ze als gratis PDF-file te downloaden.

 

Terug naar begin


Copyright © 2013  Melle Velema  -  Eindtijd in Beeld [Eindtijdinbeeld.nl]. Alle rechten voorbehouden.
Copyright ©  Copyright, auteur en bron: Ab Klein Haneveld
Laatst bijgewerkt: 18 juli 2013
.