|

| |
- Inleiding.
- Eerste echte
afwijzing van de boodschap.
- Drievoudige
afwijzing door Israël.
- "Voortaan
zal Ik Mij tot de heidenen wenden".
- Het doel van God in
deze tijd.

Israël,
dat uitverkoren volk, heeft als het ware tot 2 x drie maal, het Heil door God
hen gegeven, afgewezen.
De
Zevende Maal, zullen zij echter, met name de 2 stammen, alsook later de 10
stammen het Heil in de Messias wel aanvaarden.
( 1. )
Ten tijde van wat wij kennen als het Oude Testament, heeft God op velerlei
wijzen gesproken tot dit uitverkoren, maar o zo hardnekkig volk. Te beginnen
vanaf Mozes, maar ook door middel van de vele profeten die God tot hen gezonden
had. Profeten die enerzijds wezen op het grote heil wat hen te wachten stond
inzake de beloofde Messias en het Koninkrijk en anderzijds hen bij voortduring
wijzende en waarschuwende dat de weg die zij liepen afweek van de weg die God
voor hen had bepaald. Israël op zijn beurt heeft de profeten vervolgd en gedood.
De Heere Jezus verwees hier Zelf naar: “Jerusalem, Jerusalem, dat de profeten
doodt en stenigt, wie tot u gezonden zijn!” ( Matt. 23:37 )
Per
saldo was dit de samenvatting van eerste echte afwijzing van de boodschap, zoals
die gebracht was door meerdere profeten van God.
( 2. )
In Matt. 21:33 e.v. lezen we dat nadat, zie hierboven, God eerst Zijn profeten,
Zijn knechten, eropuit stuurde naar dit volk, dat Hij ten laatste Zijn Zoon
zond. Maar ook de Zoon van God, Jezus van Nazareth, die later de Christus werd,
is afgewezen!Joh.1:11 zegt: Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet
aangenomen. Hij werd insgelijks, als de profeten vóór Hem, gedood!

Overduidelijk is het geweest getuige de vele tekenen en wonderen door Hem
verricht dat Hij zonder enige twijfel de beloofde Messias was. Vele, zeer velen
profetieën hebben Zijn komst aangekondigd. Hij en niemand anders voldeed voor de
volle 100% aan het signalement, dat God had neergelegd in de profetische
woorden, die de Joden kenden en lazen. Letterlijk alles wat Hij deed en zei en
verrichtte was als het ware dé bevestiging van wie Hij was. Maar wederom liet
het Joodse volk zich niet gezeggen en zij hebben Jezus, de Messias, afgewezen.
Echter de niet Joodse maar Romeinse landvoogd Pilatus erkende Hem wel als Koning
der Joden en liet dat dan ook uitdrukkelijk vermelden boven Jezus’ hoofd ten
tijde van Zijn executie.
Handelingen 3: vers 14 en 15 zeggen het wel heel scherp: “Doch gij hebt de
Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd; dat u een man, die een
moordenaar was, geschonken zou worden, en de Leidsman ten leven hebt gij gedood,
maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn.
Die
woorden sprak Petrus en voegde daar nog aan toe door Gods Geest: “Komt dan tot
berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden”. ( Hand. 3:19 )
( 3. )
Gedurende de Handelingenperiode hebben de apostelen door het hele land
krachtdadig getuigd van de opgestane en verrezen Heere. Met als aangrijpend
hoogtepunt de prediking van Stefanus in Handelingen hoofdstuk 7. ( Stefanus,
betekent: Krans of Kroon )
Op het
moment van executie, de steniging, kon Stefanus Hem zien staan in de hemel
gekroond en wel! Dat Stefanus werd veroordeeld lag aan het feit dat hij de Joden
wees op hun harde nek, hun onverzettelijkheid, die moest hij bekopen met de
dood! En voor een derde maal wordt de opgestane en verrezen Heere Christus Jezus
feitelijk afgewezen en wederom volhardt Israël in zijn ongeloof en valt terug op
de traditie en de religie.
In die
tijd van de steniging van Stefanus maken we in de bijbel ook kennis met de
apostel Paulus, toen nog Saulus genaamd. Een voorvechter der hardnekkige
farizeeën, die zelfs instemde met de executie van een getuige zoals Stefanus. In
Hand. 9 zijn we dan getuige van Paulus’ radicale bekering. En let goed op wat
God zegt: “Ga, want deze is Mij een uitverkoren ( vat ) werktuig om Mijn Naam te
brengen voor HEIDENEN en koningen EN KINDEREN ISRAËLS”. ( Hand. 9:15!!! )
Paulus
werd geroepen buiten het land waar Israël woonde, dáár had hij, Paulus een
ontmoeting met Christus. Waar Stefanus bediening eindigde begon die van Paulus.
En dan zien we het volgende gebeuren: Buiten het land, is eveneens weer een
drievoudige afwijzing door Israël te ontdekken.
( 1. )
We beginnen in Antiochië ( het huidige Turkse Iskedurun ). We lezen in
Hand.13:44 e.v.: “En de volgende sabbath kwam bijna de gehele stad bijeen om het
woord Gods te horen. Doch toen de Joden de scharen zagen, werden zij vervuld met
nijd en spraken, lasterende, tegen hetgeen door Paulus werd gezegd. Maar Paulus
en Barnabas spraken vrijmoedig: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods
werd gesproken, doch nu gij het verstoot
En u
het eeuwige leven niet waardig keurt, zie, nú wenden wij ons tot de heidenen!”.
Antiochië was de 1e plaats waar Paulus kwam en sprak en zo volgde er
nog meer, hij zocht dan eerst zijn mede Joden-genoten op. Zoals het ook in de
Romeinenbrief te lezen is: Eerst de Jood, en ook de Griek.
( 2. )
Dan gaan we naar Korinthe, en weer vinden we een Joodse afwijzing. Hand. 18 : 5
en 6, Daar staat te lezen: “En toen Silas en Timoteüs uit Macedonië kwamen,
wijdde Paulus zich geheel aan de prediking, waarin hij de Joden betuigde, dat
Jezus de Christus is. Maar toen deze zich verzetten en lasterden, schudde hij
zijn kleren uiteen zeide tot hen: Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben er rein van,
VOORTAAN ZAL IK MIJ TOT DE HEIDENEN WENDEN”.
Wederom zien we een tweede poging, zij het buiten het land, om de Joden als volk
te winnen voor Christus. En weer kun je zeggen: De Zijnen hebben Hem niet
aangenomen.
(
Enkelingen, individuen, daargelaten, maar nooit en masse, als volk.)
( 3. )
Dan komen we in Handelingen 28, plaats van handeling: Rome, ook daar is een
grote Joodse kolonie en ook daar riep Paulus de Joden als eerste bij hem en
vertelde hen van zijn bediening en boodschap. In Hand. 28:23 lezen we dan in de
Statenvertaling: “En als zij hem een dag gesteld hadden, kwamen er velen in zijn
woonplaats; denwelken hij het Koninkrijk Gods uitlegde, en betuigde, en poogde
hen te bewegen tot het geloof in Jezus, beide uit de wet van Mozes en de
profeten, van des morgens vroeg tot den avond toe.”

Waarin
resulteerde deze prediking van Paulus? Enkelen kwamen tot geloof, maar de rest
ging al zonder tot geloof gekomen te zijn uiteen. En op dát moment citeert
Paulus de uiterst belangwekkende woorden uit het boek van de profeet Jesaja, als
zijnde een verklaring, een proclamatie: “Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods
aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen”. ( Hand. 28:28 )
Hiermee wordt de geschiedschrijving wat betreft het getuigenis aan het Joodse
volk afgesloten. De geschiedenis verder, die weten we, kort daarna werd
Jerusalem en de tempel verwoest, het volk, de twee stammen; Juda en Benjamin
kwamen, net als eeuwen eerder met de 10 stammen was gebeurd, in de diaspora
terecht. In de toekomst, die echter weer in 1948 min of meer is begonnen, zij
het met een dood, nog niet gelovig, Israël, zal God de draad weer opnemen en
Israël, door de verdrukking van die dagen heen, tot bekering leiden.
Overigens wederom in dezelfde volgorde, eerst de twee stammen en dat ten tijde
van de zeventigste jaarweek van Daniël en pas daarna…..de tien stammen die nog
steeds in de diaspora verspreid zijn over de gehele wereld. ( Waarschijnlijk in
het bijzonder in wat wij nu kennen als de westerse wereld. )
In die
tussentijd: Tussen Handelingen 28:28 en in feite al eerder en de dag dat God
opdracht geeft tot het weer doen schallen der Bazuin, ( 1. Thess. 4 :16 ) wordt
de Blijde Boodschap verkondigd aan: Heidenen en koningen én de kinderen
Israëls.( zie: Hand. 9:15 ) En dat alles om het doel van God in DEZE TIJD, de
bedeling der genade Gods in de hoedanigheid van de gemeente, Zijn Lichaam, ( Ef.
3:2 ) te verwezenlijken. Daarvan mogen nu heidenen, koningen en ook Joden uit
genade lid van worden en dat alles uit genade.
Silvia
Videler
( ref.
Aangehaald uit: ‘Christus’ Wederkomst’ van P.A. Slagter Uitg. Everread )
|